Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 177

3 minuten leestijd

165

En toen die worsteling met den eeuwigen Dood feitelijk plaats greep, toen was er letterlijk niemand die den Middelaar op dien bangëïi weg dorst naslnipen. Niemand was in die ontzettende woestenij van den eeuwigen Dood met hem. Tot in den diepsten afgrond van den Dood daalde hij gansch alleen neder. Hij, Immanuel, voor ons zondaren, opdat wij in dien eeuwigen Dood nimmer verzinken zouden. En daarom is in liet haehlijkst oogenblik, toen eindelijk de poorte van den eeuwigen Dood voor hem openging en hij er in weg zou zinken, zijn geroep om mededoogeii niet tot eenig mensehenkind, niet tot Petrus met zijn weerloos zwaard, en niet tot Joliannes met zijn tekortschietende liefde. Zelfs Maria had Jezus van het kruis weggezonden. Neen, al wat in dit ontzettende oogenblik, toen hij reeds één voet op den drempel van de poorte des Doods gezet had, en zich ijlings die ontzettende poorte achter hem sluiten zou, uit zijn ziel en over zijn lippen gleed, was een laatste kreet naar Boven, een roepen tot zijn Grod, onder wiens toorn hij wegzonk, een toevlucht zoeken bij zijn Vader, in den stervenden uitroep: „Vader, in uwe handen beveel il' mijnen ffersf."

Nog was de adem in hem, nog was de ziel in het bloed, nog voelde hij dat hij leefde, maar het leven dat er nog was week. Hij voelde het bezwijken aankomen. Nog een oogwenk, en de adem des levens zou hem ontglippen, om zijn bewustzijn in den nacht des Doods te laten ondergaan. En daarom, op dat oogenblik zelf, dat hij het leven niet meer vast kon houden, en hij voelt dat het hem ontglipt, geeft hij dien adem, dat leven, dien geest die uit hem wijkt, aan zijn God over. Vader, als mijn levensgeest mij ontgaat, laat dan mijne ziele in uw hand geborgen

zijn.

Stervenswoord des vertrouwens. Een profetie der opstanding. Ik sterf weg onder de zonden der wereld, maar Grod zal mijn leven vasthouden, en eens geeft Hij het mij weder. Aldus was, eer hij wegstierf in den eeuwigen Dood. Jezus' laatste gebed op aarde. En immers, dat smeekgebed van uw .Jezus kon niet onverhoord blijven. Toen Jezus wegzonk in den Dood, toen heeft Grod zijn leven vastgehouden. Al zonk hij weg, in de handen des Vaders is liet leven van uw Heiland onvernietigbaar geweest. Hij bezweek en toch bleef hij, want wel had zijn God hem in zijn toorn verlaten, maar. in zijn eeuwige liefde, hield zijn Vader zijn leven onwankelbaar vast, en niemand kon het uit de hand zijner AJmachfc rukken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's