Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 157
145
moederleven door zijn sterven zon ontstaan, en nu roept hij haar. doelende op Johannes, die bij haar stond, van het kruis toe: Vrouwe, zie, uw zoon!
Er sprak heldenmoed
in die vrouwen, dat ze het aandorsten, op ontzettend oogenblik, ter poorte van Jeruzalem uit, den wegnaar Golgotha in te slaan, en tot vlak bij het kruis door te dringen, op gevaar af van bespot en beleedigd te worden door het bloeddorstig gepeupel. Petrus was bezweken, tot driemalen toe bezweken, nog zelfs eer Jezus gevonnist was maar Maria, met die andere vrouwen, trotseerde elk gevaar, en wil met de 'trouw van het moederhart den stervensblik van Jezus opvangen. Johannes hadden ze met zich genomen, den discipel die door liefdedrang het sterkst onder al de jongeren aan zijn Jezus verbonden was. Ze hadden eerst dien bangen Vrijdagmorgen in Jeruzalem doorleefd. Niet onwaarschijnlijk reeds vroeg door Johannes, toen hij uit Grethsémané gevlucht was, gewekt uit den slaap, en verontrust door de schrikverwekkende tijding, dat Judas Jezus verraden, en de wacht hem gevangen genomen en naar het Sanhedrin gevoerd had. Wat ze toen gedaan hebben, of ze naar de poorte van de Raadzaal geslopen zijn, om den uitslag te vernemen, of ze op het marktplein bij Grabbatha onder de woelende menigte van verre hebben gestaan, •of dat Johannes alleen op kondschap uitging, en haar ten slotte de ontzettende tijding bracht, dat Jezus tot het kruis was veroordeeld, de Evangelisten zeggen het niet, en geen gissing kan
dat
;
—
hier baten. Ook staat er niet, dat ze op den weg meegingen, toen Jezus ter strafplaats werd uitgeleid. Eerst als de kruisiging voleindigd is, en het op het laatst loopt, worden ze, en dan nog alleen maar door
Johannes, vermeld. Eerst bleven ze onder de schare, die zich verdrong, onopgemerkt. Pas op het laatste oogenblik schijnt Maria, toen ze het sterven naderen zag, vooruit te zijn gedrongen, vermoedelijk door Johannes gesteund. En toen, toen ze voor het laatst, met een blik waar namelooze smart en bange moederlijke ontferming in sprak, tot haar stervenden Heiland opzag, toen zag Jezus ook haar aan, en niet te luid, om den spot der schare niet te wekken, maai' luid genoeg dat zij het verstaan kon, riep hij haar met reeds bezwijkende stem toe: Vrouwe, zie, uw zoon.
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's