Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 146

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 146

3 minuten leestijd

,

m geroepen. Juist dat overgaan uit den paradijsstaat in den heinelschen staat was het mysterie van liet werkverbond. Hij stond voor het gebod, en door volbrenging van dat gebod zou hij grijpen wat hij nog niet had: het eeuwige, het niet veranderende, het blijvende leven. Het stempel, dat God zelf op de dingen hier beneden gedrukt heeft, is wat de Psalmist teekent in deze woorden: „Gij zult ze veranderen, en zjj zullen veranderd wezen. Altoos het worden, hier nooit het zijn. „Hier geen blijvende stad maar een zoeken van de toekomende." Aan 's moeders borst ontsluit zich ons oog. Van kind worden we knaap en jongeling. Wie jongeling is, haast zich om man te worden. En als we man zouden willen blijven, worden we grijsaards. Straks stokouden, en dalen in het graf. En dat worden en verworden in onze jaren, het is slechts het beeld van de rustelooze verandering, waar heel onze existentie doorheen jaagt. Onze opvoeding is worden. Heel onze levenservaring is gevormd worden en rijpen. Eiken morgen dat we ontwaken zijn we weer anders dan toen we insliepen. groeien, en worden van klein groot. Schier geen trek op ons gelaat blijft eender. Telkens andere gewaarwordingen gevoelens verlangens. Rustelooze wisseling in ons uit- en inwendig bestaan. Soms zelfs gaat dat veranderen in en aan en om ons, zoo snel en zoo schier geweldig toe, dat we vervreemden van ons zelf, en ons als gejaagd gevoelen door een drijver, -die nooit aflaat. Nu is al dat bange in het veranderen uit de zonde; maar ook al denkt ge u er dit angstige uit weg, nooit zijn, maar rusteloos veranderen, zou toch uw deel op aarde wezen. Natuurlijk, er is iets in u, uw ik, uw verborgen wezen. De man die zat van dagen sterft, is hetzelfde wezen, dat eens als kindeke door zijn moeder ontvangen werd. Maar in zijn toestand, in zijn bestaanswijs in zijn aanzijn eu existentie viel nooit anders dan verandering waar te nemen. Vergelijk maar het portretje van het kindeke aan moeders borst met de beeltenis van den grijsaard, gemaakt kort vóór ,

We

,

,

,

Hij

stierf.

Hij was dat kindeke, en ook die grijsaard is hij maar als een kleed verouderd. Dat is het wat de Schrift noemt „de verandering der bewegelijke dingen"; en daartegenover plaatst dezelfde Schrift nu „de dingen die niet bewegelijk zijn", het leven daarboven, dat niet veranderlijk is, het Goddelijk-hemelsche dat nooit wordt, maar eeuwiglijk is, en daarom heet: het eeuwige leven. ,

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 146

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's