Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 193

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 193

3 minuten leestijd

181

„Moest" zoo vroeg hij aan Cleopas en zijn metgezel, „moest de Christus niet alle deze dingen lijden, en alzoo in zijne heerlijkheid ingaan ?"

Een kort, een vluchtig, een snel uitgesproken woord, maar waarin hij, die den breeden, diepen stroom van smart en dood doorwaadde, nogmaals al den weedom en al de bange worstelingzijner ziel saamvatte, om het als in één blik voor de heugenis zijner jongeren op te roepen. Alle deze dingen, hoe onnoemelijk veel lag in dat korte woord niet in Dë beker boordevol en overloopende, door zijn eigen lieven Vader hem op de hand gezet. En dien beker had hij uitgedronken teug voor teug, op het laatst druppel voor druppel, tot in het einde ook de heffe hem niet gespaard was. Alle deze dingen, wat ging dat alles-saam vattend woord ver terug voor hem, die „van den beginne zijner menschwording", en dat „alle de dagen zijns levens", den toorn Gods tegen de zonde van ons mensehelijk geslacht gedragen had. Alle deze dingen, wat bange herinnering wekte het niet in hem op aan wat hij geleden had reeds door de enkele aanraking met ons in jammer en zonde verzonken mensehelijk geslacht; geleden door wat Satan en zijn demonen tegen het heilig Kind Gods en straks tegen den Leeraar in Israël gemachineerd hadden; geleden door wat de kinderen der wereld in hun onwetendheid, of de mannen der wereld in hun kwaadaardig opzet aan Jezus hadden aangedaan geleden van de schare die hem niet begreep, van het volk van Israël, dat zijn Messias nariep en steenigen wilde; geleden van de machtigen der aarde; en geleden van zijn eigen, anders zoo trouwe, maar zoo telkens verblinde jongeren, bovenal. Alle deze dingen, o, wie zal het naar waarde opsommen, wat al die lange jaren Jezus in zijn hart heeft gewond, in zijn ziel heeft gekrenkt, en hem aan smartelijk verdriet, door miskenning en laster, straks door aanranding, hoon en vermetelen overmoed is aangedaan ? Alle deze dingen, waar zoudt ge aanvangen en waar eindigen, zoo ge al, wat in dit saamvattend woord van de vlucht naar Egypte af tot aan het Eli Lama Sabachtcmi besloten ligt, wildet noemen. Het is zulk een wereld, zulk een onpeilbare diepte, zulk een oceaan van lijden, die in den toorn Gods, die om onzentwille over hem kwam, hem van alle kant omringde, dat ge verstaat hoe de man der kunst aan den Man der smarte het woord uit de Klaagliederen op de lippen kon leggen: „Gij allen, die op den weg voorbijgaat, schouwt het aan en ziet, of er een smart gelijk zij aan mijne smart." Bovenal omdat Jeremia er bij klaagde: „Gelijk de smart, die !

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 193

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's