In Jezus ontslapen - pagina 212
,
ao2 het hangen behoedt.
Wat
en leunen
op een ander die haar voor inzinken
gij a neder, mijne ziele, en wat zijt gij onrustig dat is de zielsgesteldheid als de ure naakt, die om menschelijke en Goddelijke ondersteuning roept. Wat u ophield was uw geloof, uw vrede met God. Maar nu verstrikt Satan ze en ge valt in zonde. En voor wat u op moet houden komt de pijnlijke wroeging in plaats en de last uwer
in
buigt
—
mij!
,
,
,
,
zonde drukt u neer. Wat u ophield was uw overtuiging van in Gods weg te en voor zijn zaak te strijden.
Maar nu
trekt
God
niet
met u
op.
Uw
zijn
wederpartijder over-
wint en vertreedt u. En twijfel slaat om uw ziel, en in moedeloosheid dreigt ge in te zinken. Uw arbeid is uw lust, voor uw gezin te ijveren uws levens vreugde. Maar slagen treffen u. De arbeid is om niet. Geldelijke wanhoop slaat u om het hart. En als verlamd ligt uw zielskracht neder.
Of ook, uw stil gezin, en het leven van dat gezin met uw leven, was uw verkwikking, een tente des lichts om u. Dat hield u op, drupte olie in de vezelen van uw inwendig bestaan. En nu klopt de verwoesting der krankheid aan uw deur en ge moet ze binnenlaten en de dood klimt door uw venster binnen en droefenisse en rouwe grijpt uw hart aan. o, Dan schiet de kracht te kort. Dan gaat er een beven over de ziel, dat ge stuur en gang verliest. Dan is het of de fundamenten onder uw zielsleven worden weggebroken, en of er zich een afgrond onder u opent, waarin ge vreest te verzinken. Zelfs het licht op uw pad verduistert, en al wat in u is buigt zich neder. Ge schreit, en dat schreien geeft wel lucht, maar het maakt dat de golven van den weemoed nog banger over u heen slaan. Ge voelt u als overgeleverd aan een macht van weedom des harten, waar ge geen verweer tegen hebt. En hoe ge ook poogt u weer op te richten, ge slaat telkens weer neder. adel! Want alleen sAs mensch, en als fijngevoelend mensch, kunt ge zoo nedergebogen worden. Maar ook uw adel, omdat ge zóó eerst als mensch een voorwerp van Goddelijke ontferming wordt, en omdat in die ontferming uw God zich aan u verheerlijkt. ,
,
Uw
En dan zendt God u broeders en zusters die steunen, en onder hen die uw ziel ondersteunen Doch
altoos tot
u
als mensch.
uw
ziel
komt
onder-
H4J zelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's