Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 109

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 109

2 minuten leestijd

,

99

De demonen

zijn „ de geweldhebbers der wereld der duisternis eeuw ". „ Uit de duisternis heeft God ons geroepen zegt 11 „Wij zelven, we waren eertijds Petrus, tot zijn wonderbaar licht duisternis, kinderen des nachts, maar nu, nu de Morgenster opging in onze harten, zijn we hinderen des daags, Milderen des ,

dezer

,

.

lichts

geworden".

Het

is het licht dat over de duisternis triomfeert, gelijk het kind van God, dat overwint, zegepraalt over den Heidenschen

gruwel.

De dag komt als de nacht voorbijgegaan is, en het is de Morgenster, die dezen overgang uit de duisternis tot het licht, verzinbeeldt aankondigt en verwerkelijkt. Het heidensche wezen heeft ook die heerlijke Morgenster in beteekenis vervalscht. De Morgenster is, gelijk men weet, één en dezelfde ster als de Avondster, en daaraan klampte zich het heidensche wezen, en zag in haar dan Venus, of ook de Satanische macht, door Jesaja voorgesteld in Nebucadnezar (Jes. 14 12). Venus en Lucifer! Maar in Gods rijke, wondere Schepping, genomen en verstaan in haar oorspronkelijke beduidenis is en blijft de Morgenster de zinnebeeldige sprake van het licht dat over de duisternis triomfeert; letterlijk in de natuur als de nacht voor den dag wijkt, en onverdrachtelijk in het Evangelie en in den Christus zelven, als de duisternis van het Heidendom wordt teruggedrongen, en de klaarheid van het Goddelijk licht der waarheid in het menschenhart straalt. En naardien nu de verloste, die ten hemel ingaat, in dien strijd tusschen het Licht en de Duisternis heeft medegeworsteld en uit dat medeworstelen als overwinnaar is te voorschijn getreden daarom ontvangt wie ten hemel inging én macht over het heidensche wezen, èn als zinnebeeld hiervan het teeken van de Morgenster. ,

:

,

,

Maar dit teeken is voor hem niet ijdel er ligt belofte in van werkelijkheid. Wie het witte triomfkleed ontvangt, bezit in dat kleed waarborg van niet meer te besmetten heiligheid. Wie den witten keursteen in den zegelring ontvangt, bezit daarin waarborg van heel zijn wezen doordringende zelfkennis. En zoo ook wie het teeken van de Morgenster ontvangt, bezit hierin waarborg van inklevende macht over het rijk der duisternis. over de Heidenen " is de macht tot verweer tegen „ Macht het heidensche wezen van buiten; de Morgenster die hij op de borst draagt is teeken van heerschappij over het heidensche wezen dat eens zijn eigen hart binnendrong. ;

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 109

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's