In Jezus ontslapen - pagina 105
95
En
ook hier vloeit de belofte voort uit de gemeenschap met Het is eu blijft de grondtoon van het Hoogepriesterlijk heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij mij gebed „ Ik gegeven hebt." Zoo ze met mij lijden, opdat ze met mij verheerlijkt worden. Zóóals de Christus is, zoo zullen ook de Ühristü&.
,
:
zijnen zijn in zijn glorie.
Was hem als Messias in Psalm 2 toegezegd, dat hij de Heidenen hoeden zou met een ijzeren scepter en ze uiteen zou slaan, gelijk men een kruik stuk slaat, diezelfde belofte neemt Jezus thans over en past ze op de zijnen toe. Hier op aarde, zoolang ze als pelgrims hier verkeeren, bestendig gevaar van het heidensche wezen, zoo om er door verdrukt, als om er door vergiftigd te worden; maar in de toekomst 'des Heeren ook in dit opzicht glorie voor verdrukking, heerlijkheid voor versmading. Ze zullen dan met Christus over het heidensche wezen heerschen, en voelen dat het voor hun scepter wijkt, als voor hun voeten vergruizeld wordt. Alles stemt dus overeen en de uitlegging laat geen twijfel over. In Psalm 2 heet het, dat de heidenen woeden tegen Gods
en
,
roepende „ Laat ons zijn banden verscheuren en zijn touwen van ons werpen"; en het Besluit verhaalt van een toekomst, waarin Gods gezalfde koning het heidensche wezen voor zijn voeten zal verbrijzelen. In de kerk van Thyatire sloop dat heidensche wezen door zinnedienst met zijn doodelijk gif binnen. Voor het woeden het woelen. En ook nu prikkelt Jezus tot weerstand, door gelijkluidende belofte aan al de zijnen te geven. Indien ze volharden zal eens dat heidensche wezen teniet worden gedaan, en gelijk zij er nu onder leden, zullen wie aan Jezus vasthouden, er dan over zegepralen. gezalfden koning
,
:
die belofte voelt niets, wie aan het heidensche wezen anders denkt, dan als er sprake is van Kaffers en Dajakkers, en zich vleit dat hij met een tiental gulden 'sjaars voor de zending van alle verantwoordelijkheid van de heidenwereld af is. Voor zoo ondiepe naturen en oppervlakkige vromen sprak Jezus op Pathmos niet. Wat Jezus op Pathmos zegt, is voor wie ooren heeft om te hooren wat de Geest tot de gemeenten zegt. Het zijn beloften voor zijn profeten, voor zijn innig geloovigen, voor zijn keurbende, voor wie ondergaat in den strijd, en in den strijd des Heeren de taak zijns levens vindt. En dan staat het uiteraard geheel anders. Dan is het heidensche wezen niet uit Europa weg en naar
Voor
nooit
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's