Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 111
99 in zijn oogen. Hoeveel te min de niensch, die een made is en des inenschen kind, die is als een worm!" (25 6). En och, wilden we dat nu maar zijn; maar inzien dat we dat zijn; en als „arme wormkens" voor onzen Grod in het stof kruipen! Maar dit nu juist wil dat vermolmde bint niet! Neen, dat „vermolmde bint" geeft zich nog voor een „gaven balk" uit, en wil nog een „stut" zijn en waant, dat er wel een huis op zijn draagkracht kan rusten. Zoo droomt de worm in den droom van zijn hoovaardij, dat hij nog een man is! Schrikkelijke zelf begoocheling En dan zet dat „stofje aan de weegschaal" den mond nog tegen zijn Grod op en die worm murmureert goddelooslijk tegen den almachtigen Schepper van hemel en aarde. En zie, daarom, daarom nu moest uw Jezus zoo diep in het stof des doods worden gelegd. Wat gij, om uw hoogmoedig hart, niet doen woudt voor uw God, dat zou hij, uit erbarmen, komen doen ruur u. :
is hij de sterke held, de heerlijke Man in al de kracht mogendheid. Leeuw uit Juda's stam! En nu, die Leeuw laat de manen vallen; die held werpt zijn pijlkoker weg; die Man buigt het hoofd; bukt neder in het stof, en laat al den last des toorns Gods op zich neerkomen, tot hij er onder bezwijkt, en neervalt in het stof des doods, en nu als een verachte en vertredene, bij zijn kruipen in dat stof, den worm is gelijk geworden. Zoo was hij veracht en wij hebben hem niet geacht. Want wiens hart trilt nog van heilige verontwaardiging, als hij den Man daar hoort klagen: „Ik ben een worm!" Neen, spreek mij niet van de bewondering die het kruis dan toch wekte, kom mij niet aan, met de liefde waarvan voor Jezus wordt gezongen. Al dat oppervlakkig gekeuvel over die schriklijke indaling in den eeuwigen dood, is maar een doornenkrans te meer, dien ge den Man van smarten in het nog bloedend hoofd drukt. Die dat zeggen, verstaan het niet, peilen het niet, gissen het van verre niet. Neen, een iegelijk, die het niet van den Vader geleerd heeft, om dat nameloos mysterie der onnoemlijkste smarten althans ee^gszins te doorgronden, die trapt dien Lijder nog op de borst,
Daar
zijner
die
treedt
dien
worm nog
iets
dieper in het stof des doods, die
'v;-treedt zijn bloed!
Niet een enkele, neen maar allen. Dat hebt ook gij, dat heb ook ik gedaan Er is er maar één, die dat niet meer
wormpje Jacobs.
!
doet, en die heet het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's