Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 167

3 minuten leestijd

155 Christus kende vooruit zijn lijden. Niet doordien het hem meegedeeld was, maar uit de zaak zelve. De dood is niet iets wilKeurigs, maar door de wezenheid zelve van het leven is tevens de schrikkelijke ontzettendheid van den dood haarfijn bepaald. Bepaald ook, wat het lijden van dien dood is in zijn verschillende stad Lèn, al naar gelang ge er dieper of minder diep of zeer diep of tot op den bodem in verzinkt. Ja bepaald zelfs op het allerstiptst en allernauwkeiirigst, wat het smaken van dien dood bij den een en den ander verschilt naar gelang van zijn teederder gevoeligheid, krachtiger levensbewustzijn en heiliger natuur. En, dat alles bepaald, niet door zekere uitwendige vaststelling, maar bepaald dooiden aard van het Leven, door de natuur van het Verderf, dooide helsche diepte van de onheiligheid des Doods, en door de volstrekte gevoeligheid en heiligheid van Jezus' volstrekt zondelooze menschheid. Christus giste dus niet, maar wist wat kwam; wist dat op het allernauwkeiirigst en op het allerbij zonderst er bleef niets onzekers over. En die Christus nu was van het Paradijs af de Bezieler zijner kerk. Die Christus was het, die „in al haar benauwdheden benauwd was geweest" en zijn geloovigen van oudsher als de „Engel des ;

Aangeziehts" had vertroost. Die Christus, zegt de apostel Petrus, beheerschte ook de profetie. Door den Heiligen Geest teekende hij in die profetie zich zelf; deelde zijn eigen leven mee sprak zijn eigen toekomst uit; ja, toonde zich zelf in de schaduwen, opdat reeds de kerk des Ouden Yerbonds door de eeuwige schoonheid van den Middelaar zou verkwikt worden, en gerechtvaardigd door het geloof. De Schrift des Ouden Verbonds meldt dus niet maar van hem, maar hij zelf is het, die die Schrift des Ouden Yerbonds haar inhoud gaf, ze bezielde, ze er bracht, en ze als een genadegeschenk aan zijn kerk schonk. En die Schrift gaf hij haar; niet als een uitwendig kleinood: maar zelf in die Schrift tot haar tredende; zich zelven in die Schrift aan haar toonende een vooruitzenden van zijn beeltenis, als we zoo zeggen mogen, zoolang hij in eigen persoon er nog ;

;

niet was.

En nu zijn Abraham en Mozes, David en Salomo, Job en Jesaia. en wie ge meer noemt, niets dan instrumenten, die hij schept, om de trekken van zijn beeld te dragen, om de realiseering van dat beeld voor te bereiden, en om ons nu nog van achteren al de tijnheden en onnoembare teederheden van heel zijn Middelaarswerk te

beschrijven.

Dat niets

„Eli,

Eli,

geweest,

dan

Lamma een

Sabachtani" op Davids lippen is dus doorleven van den Christus van

vooruit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's