Uit het diensthuis uitgeleid - pagina 16
rede te Leeuwarden, te Groningen en te Rotterdam gehouden
UIT HET DIENSTHUIS UITGELEID.
14
de
hoogleeraren, of de
we
weg
de
van
1848
tot
Wetenschappen,
of
genootschappen,
geleerde
voor
gegadigden
1888,
den
we
den
in
lang,
Het
zoo,
is
de Ontvangers hiel-
vrijen toegang en onze zoons konden de kaders helpen
positie bracht, lag heel de burgerij
maar voor wat eere en
twee ganschgeheel uiteenloopende klassen ingedeeld
de
klasse
der eere, dat waren de Liberalen,
klasse van minder
En
stuit
op een
onveranderlijk bij
in
en sterker nog,
onze Koloniën, en ge
in
jaren
veertig
verkozenen
de
geadelden,
alle
dienst
niets ontziend exclusivisme.
vullen,
om
er voordeel in,
dagen, de benoemden aan onze
uit die
Kunsten
Academiën van
zelfs
Ja,
Raadpleeg maar de samenstelling der
zenden.
te
men
zag
of eeretitels betrof,
meeste Staatscommissiën
onze
van burgemeesters,
invloedrijke betrekkingen geweerd.
uit alle
wat eereposten ons ledig
lijst
van de gewone administratiën raadpleegde, steeds weer
lijst
bleken
der officieren, de
lijst
niet
't
minst
Voorop
en achteraan de
deze laatste onderscheiding voleindde zich
dan de krenkende smaad, dien men over ons
nog verder. Toen
het ging
:
die der onbeholpenen, en dat waren wij.
allooi, in
—
Of
uitgoot.
der Nieuwe Kerk werd ingewijd, schreef een liberaal dagblad len ernst, dat de gezichten
meegevallen.
Men had
van ons,
fijnen,
frisch er uitziende kerels,
het heel
in vol-
aan de redactie nog waren
gedacht niet dan verlepte, uitgerekte, vale
facies voor zich te krijgen, en heusch,
En zoo ging
liever
in 1880 de Vrije Universiteit in het koor
soms
zelfs
wat men
te
zien kreeg,
waren
met scherpgeteekende trekken.
het land door.
Een
fijne
dacht
men
zich als
een lompe figuur, met half-baviaansche tronie. Dompers was het geliefkoosde
schold
schimpwoord waarmee men ons
men
spotprent
onze
echt-sarcastisch
leefde
van
Geen
ons.
kwansuis-geleerdheid.
De
voelde
een
satyrist,
satyrieken kriebel over zich komen, als dacht.
Niets ontzag men.
groeide erin, zoo
met
zijn
innerlijke
Aan
men maar
nariep, en Nachtschool
hij
spot ons van de markt verdreef. onrust. Nooit toch kon men weten
hij
aan een
fijne
ook maar
men
zich.
En men
alles vergreep
onbedaarlijk
of
om
ons- lachen
kon en
Hieruit sprak niets dan of niet
vroeg of
laat
nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 36 Pagina's