Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 26
14 zeer
teedere
intimiteit
geweest,
dan
is
er
om
tot
verraad
te
kunnen komen een graad van zoo schrikkelijke slechtheid van hart noodig, dat de hemel er wrake over roept, en de aarde er van ontzet. Bij Judas nu kon de omgang met Jezus niet intiemer geweest zijn. Altoos bij Jezus. Dagelijks met Jezus aanzittende. In zijn engsten kring niet toegelaten, maar opgenomen. Zijn eigen jonger. Een uit het enge twaalftal. De vertrouweling van Jezus' verkeer en gesprekken. Een man, voor wien Jezus niets verborgen had.
En daarom was hier maar niet verraad, maar verraad van de schrikkelijkste soort. Verraad dat Jezus het bitterst moest aangrijpen. Een openbaring van menschelijke slechtheid, die aan alle trouw en vriendschap vertwijfelen deed. Een
giftige dolk gevlijmd
in het reinste hart.
Jezus' eigen oordeel over Judas gaat in spanning dan ook alles boven wat Jezus over zijn vijanden heeft uitgesproken. Voor de ruwaards die hem aan het kruis nagelden bidt hij nog „Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen." Tot den man die hem zoo onbegrijpelijk, tot driemalen toe, met bezwering verloochenen zou, zegt Jezus „Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude." Maar hier bij Judas lost alle ontferming zich op in het schrikkelijke wee over den man, voor wien niet geboren te zijn te
:
geweest, verkieslijk ware. Ook tegenover Judas geen wraakgeroep Nog in Gethséinané heet het „ Vriend, waartoe zijt gij hier?" Zelfs tegenover Judas leeft nog snijdende huivering bij het indenken van zijn rampzaligheid in Jezus op. Maar toch, genade is hier afgesneden. Hier zijn de wateren der ongerechtigheid te hoog geklommen. Hier breekt geen enkele lichtstraal van redding meer door. Over Judas hangt voor Jezus' oog niets dan donkere, zwarte nacht. Jezus ziet het reeds in den geest, hoe hij zich zelven gaat verworgen, en verworgd ter helle vaart. ons kinderen der menschen van zonde te redden, moest Jezus de zonde der menschen tegen zijn persoon, tegen zijn leven op het ontzettendst, uit haar diepste diepte laten opbruisen. En die opbruising van de giftige wateren der zonde uit haar diepsten kolk, is niet op Golgotha, is niet op (xabbatha, is niet in het Sanhedrin, is zelfs niet in de personen die Jezus aan het kruis lasterden, maar is in Grethsémané gezien, toen Judas den Zoon des menschen verraden kon met een kus. En daarom het oogenblik toen Jezus den afgrond, die tusscliru
op Jezus' lippen.
Om
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's