Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 118
106 betuiging in den tweeden Psalm, en die Psalm eindigt met den uitroep, dat de „Koningen der aarde" voor dien Koning van Sion de knie zullen buigen. Tegenover dien van Grod gezalfden Koning nu had zich de wereldmacht onder den Korneinschen Keizer verheven. Ook Palestina was door den Keizerlijken adelaar overweldigd. En toen op GJ-abbatha Jezus voor Pilatus verscheen, stonden in Pilatus en Jezus deze twee machten verpersoonlijkt tegenover elkander. De Christus, aan wien Grod als zijn Koning alle macht gegeven had in hemel en op aarde, en de Landvoogd van den üomeinschen Keizer, die met wapengeweld de heerschappij over de geheele toen bekende wereld veroverd had. En in verband hiermede sprak het zoo sterk, dat, onder de leidingdes Heeren, de keizerlijke macht alsnu haar eigen oordeel boven het kruis van Jezus liet aanslaan. Of is het niet zoo, dat juist in het Koningschap, dat de Christus van zijn Grod ontving, de meest volstrekte en de scherpste veroordeeling lag van heel Roine's keizerlijke macht? Zeker, het was zoo niet bedoeld. Naar Pilatus' bedoelen was dat opschrift een woord van spot en hoon. Maar zoo is het telkens in dit heilig drama. Cajaphas spreekt van „één die sterven moet voor al het volk," en Pilatus schrijft van den „Koning der Joden"; en in dit ondoordacht woord van G^ajaphas en van Pilatus, spreekt Grod, als door zijn onwillige instrumenten, zijn heilig mysterie uit.
Aldus stond de tegenstelling ten opzichte van Rome's maar anders stond het in Messiaanschen zin. „De Joden", zegt heel iets anders dan „Israël".
keizer;
is, voor het volk uit Abraham gesproten, de heilige, de zelven aan dat volk gegeven naam. „Joden" gingen ze heeten, toen hun eere vervallen was, toen vreemden over hen heerschten, toen de staat door Mozes geordend te niet was gegaan, toen hun geestelijk ideaal was verdonkerd, en toen ze hun hoogste verwachting stelden in de komst van een aardschen Messias, die een rijk van aardsche glorie voor hen zou oprichten. Zoo was Herodes, de zoon van Edom, koning der Joden geweest. Maar zoo is de Messias van den Psalmist, zoo is de Messias der profeten niet. Hij zou zijn de spruit uit den afgehouwen tronk van Isaï, de Koning Israëh. Tusschen liet Sanhedrin en Jezus was daarom de tegenstelling niet Koning of Keizer, maar Koning der Joden of de Koning ran
„Israël"
door
God
Isruel.
En
zoo verstaan, was dat opschrift boven het kruis een smading.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's