In Jezus ontslapen - pagina 133
123
En ook, ge kent nog wel heel andere zonde dan den wellust, de drankzucht en de ijdelheid. Of is er ook niet de hoogmoed, en de eerzucht, en de trots, en de wangunst, en de haat, en de nijd, en de onbarmhartigheid, en het ongeloof, en het hoonen van de liefde des Vaders ? En als dan al deze vreeselijke zonden niet in het vleesch kleven maar diep in den geest haar wortelvezelen dreven, wat baat het u dan op zichzelf, of ge_al van uw vleesch en bloed af zyt? Er is één zonde die niet kan vergeven worden, de opzettelijke en bewuste lastering van den Heiligen Geest. En nu is dit een zonde van de zinnen of is niet juist deze vreeslijkste zonde een louter geestelijke zonde, die geheel buiten het lichaam omgaat? En hoe zou dan de afsterving der zonde ooit enkel uit het afscheiden van het vleesch zijn te verklaren, zoo de geest, zoo de ziel, zoo uw innerlijke mensch, bij die afscheiding van het ,
,
,
lichaam, bleef gelijk hij was toen gij stierft f Of zeg zelf, heeft Jezus, als hij met zinlijke zonde bij man of vrouw in aanraking kwam, niet steeds den balsem van zijn Goddelijke ontferming in de wonde gedruppeld, tot zelfs bij de in overspel gegrepen vrouw ? En daarentegen is zijn ivee u ! niet juist tegen die hoogen van hart, en tegen die ingebeelde rechtvaardigen uitgegaan, die in de Farizeën tegen hem optraden? En geveinsdheid, is dat zonde van het lichaam, of is het zonde van de ziel?
Er Zij
is ,
nog iets. meespreken over
die
dit diepe stervensmysterie
,
zijn vol-
wassenen, meest mannen en vrouwen van leeftijd, zoo niet oud en welbedaagd. Maar het sterven is toch één voor allen en verreweg de meesten sterven toch weg uit dit leven eer ze dien hoogeren leeftijd bereikt hadden. Duizenden bij duizenden sterven zelfs weg in de wieg of ook nog eer ze in hun wieg werden ,
,
neergelegd. Wat verleiding der zinnen heeft nu een kindeke van enkele dagen of enkele weken gekend? Wat heeft zoo'n verkwijnend en vroeg verdwijnend wicht in vleesch en bloed gezondigd? En wat maakt het voor zulk een vroeg wegstervend wezentje uit of het zieltje van dat nog geheel onontwikkeld lichaampje wordt afgescheiden, en hoe zou dat voor zulk een wicht het afsterven van de zonde zijn? Ook hierin gevoelt ge toch, dat dit afsterven van de zonde dieper moet liggen. Neen, het kan niet zyn een afsterven van onze bewuste zonden, een afsterven van onze begane zonden, een afsterven van die dadelijke zonden, die ons gevangen hiel-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's