Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 182

3 minuten leestijd

,

172

leven in de hemel ,

noch

men

zich.

zou

om wat

,

en noch om wat er met het lichaam gebeuren van deze aarde zou worden bekommerde

er

,

Dit was wel tegenstrijdig, maar toch was het zoo. In overgeestelijkheid bleef men alleen hangen aan de ziel en aan wat met de ziel gebeuren zou. En die bleef ja volzalig, maar voor eeuwig van het lichaam gescheiden, in het Vaderhuis bij God.

Ge weet wat men voorstelling te

boek

eertijds van den „ zieleslaap " leerde een waartegen Calvijn een van zijn eerste geschriften ,

stelde.

ure zou komen waarin allen die in de graven waren de stem van Jezus zouden hooren, en zouden opstaan, die het goede gedaan hadden tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hadden tot de opstanding der verdoemenis. Zoo rustte dus wie ontslapen was, tot op den dag der Opstanding in zijn graf, om eerst aan het einde der wereld uit dat graf weer op te waken. De ziel, zoo beeldde men zich in, kan dus tot op dien dag in geen anderen toestand verkeeren, dan dien wij ons het best kunnen voorstellen door te denken aan onzen toestand in den slaap. Dan rekent het lichaam niet meer hooren niets we zien niets we bewegen ons ternauwermee. nood, en de ziel is in zichzelf teruggetrokken. Die ziel is ook dan wel bezig maar alleen in haar droomen. Alle helder bewustzijn ontbreekt en geen actie gaat van haar uit. Ze arbeidt niet ze spant zich niet in, ze weet van niets af, ze wil niets, ze doet niets. En dat noemde men dan den „ zieleslaap ". Een bewustelooze en wezenlooze toestand. En die toestand zou dan volgens den één eeuwig voortduren, en volgens den ander eerst afgebroken worden, als de stem van Jezus over de graven uitging. Bij die voorstelling nu van een r zieleslaap " beriep men zich ook op de Heilige Schrift. Of was het niet zoo dat de Psalmist gedurig daarmee zijn bede om redding van den dood aandringt dat er in den dood geen gedachtenis is. Zoo om nu slechts één voorbeeld te noemen, roept David in den 6 den Psalm uit: .Keer weder, Heere, red mijn ziele. d. i. mijn leven, verlos mij (van den dood) om uwer goedertierenheid wil, want iii den 1 dood is uwer geen gedachtenis, en wie zal u loven in lui graf f Uitspraken, waarover men dan wel onnadenkend heen glijdt, maar die er dan toch staan en die telkens herhaald worden.

De

We

,

,

,

,

,

,

,

Dat hiermede in den Psalm geen twijfel aan de onsterfelijkheid bedoeld kan zijn, gelijk zoo velen thans voorwenden, blijkt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's