Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 101

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 101

2 minuten leestijd

91

Er staat toch bij niemand kent dan

Dus

:

En op hem

die

uw naam van

niet

dien steen een nieuwen ontvangt.

hier.

Dat

zal

dan

zijn

uw

naam oude

,

dien

naam

en wegvallen, en daarvoor komt dan in plaats de nieuwe naam. En dien nieuwen naam zult ge niet van menschenlippen ontvangen, want niemand kent hem, maar ontvangen van uw God, die hem kent, en hem u in het verborgene, en om een eeuwig geheimnis tusschen u en uw God te blijven, op dieu keursteen geeft. En zoo geeft, dat gij hem nimmer vergeten kunt, want hij staat gegrift in een keursteen, die evenals het witte kleed, u eeuwig bijblijft. Nu zegt de Schrift van God:

„Zijn

naam

ziet het wezen"

(Micha VI 9). Zoo is het op aarde niet. Onze namen zijn een etiket. Ze zeggen niets: ge draagt hier een naam, die honderden anderen eveneens dragen. Meest zelfs draagt ge uw naam, omdat uw vader of moeder dien naam voor u droeg. Bij ons is de naam familieband. Niets persoonlijks. Niet iets eigens. Niet iets waarin uw wezen ligt uitgesproken. :

En dat kan niet anders. Want ge ontvingt uw naam als kleine kindeke, vóór nog iemand wist wat in u school of uit u worden zou. En al hadt ge later uw naam willen veranderen, om in een eigen naam uw persoon uit te drukken, het zou u nooit gelukt eenvoudig omdat ge uzelven niet kent. heeft op aarde ooit zijn eigen wezen doorgrond. Tot aan ons sterven toe blijven we voor onszelven het

zijn,

Niemand

diepste mysterie.

Maar dit is dan ook de heerlijkheid, die ons na ons sterven wacht dat dan de sluier onszelven van het aangezicht wordt genomen, en dat God ons dan ons eigen wezen als in een ,

klaren spiegel toont. Dan eerst. Niet eer. En hierin is genade. Doorzagen we hier op aarde ooit ons eigen wezen zooals we werkelijk bestaan, we zouden voor onszelven terugschrikken. Zooals de liefhebbende vrouw, die naar het hospitaal ijlde om haar op het slagveld gewonden man terug te zien, onwillekeurig terugschrikt, als ze zijn misvormd, en met pleisterverband omwoeld gelaat aanschouwt, zoo zou onze ziel terugdeinzen voor onszelf, als we ons door zonde geschonden en door genade omwonden wezen in klaarheid aanzagen.

En daarom

toeft

Jezus.

En dan

eerst zal hij

u uzelf laten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 101

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's