Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 135
123 maatstaf, de graad van goddeloosheid waarmet' uw woord of uudaad ingaat tegen bet Heilige. leader, vergeef het hun, een gebed, dat evenals Jezus' bidden: elk gebed vau Jezus, zeer stellig verhoord is, kan dan ook geen anderen zin, en geen andere beteekenis hebben, dan dat aan dien Cajaphas, aan dien Herodes, aan dien Pilatus, aan die krijgsknechten, aan die priesters, aan de personen in dien wilden hoop om zijn kruis, niet persoonlijk dat allervreeslijkste mocht worden toegerekend, dat in den moord, aan den Gezalfde Gods be-
gaan, inlag.
Dat juist deze personen het deden, was iets Waart gij hoogepri ester in Cajaphas' plaats
bijkomstigs. geweest, had ik op Pilatus' rechterstoel gezeten, was onze derde man viervorst van Galilea geweest, hadden onze kinderen en dienstboden om dat kruis gestaan, wij allen .saam zouden geheel hetzelfde gedaan hebben wat nu die ongelukkigen deden. Het was de zonde, die we allen gekoesterd hebben, die deze personen slechts als haar instrument gebruikte. En daarom die instrumenten zijn bijzaak. Dat zij juist toen leefden. Juist toen die eereposten bekleedden. Juist toen in Jeruzalem woonden. En naar Golgotha uit nieuwsgierigheid uitliepen. Dat alles is bijkomstig.
Die op Golgotha haar onheiligen zin vertoonde, en den gruwel deed, was de zonde des menschen. En daarom bidt Jezus voor hen, dat dit bijkomstige niet juist hun oordeel voor eeuwig verzware. Zoo als het ons oordeel, tenzij we ons bekeeren, eeuwig drukken zal, zoo zal het ook hun oordeel drukken. Xiets minder, maar ook niets meer, want dat meerdere juist heeft Jezus voor hen weggebeden. Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. En dan zijn er nog kinderen Gods, die voor zich zelf alleen met hun bewuste zonden rekenen, en als die er, om de stompheid van hun hart, voor hun besef niet zijn, nauwlijks drang tot het bidden om schuldvergiifenis kennen. Alsof wat Jezus toen bad, ook voor ons niet gelden zou. Zonden die we kennen en beleden, maar ook, en veel meer nog, bergen van zonden, die voor onze rekening liggen, en waar we -geen flauw besef van hebben. En daarom is het zoo zaliglijk vertroostend, dat er Eén is die leeft om ook voor ons te bidden. Te bidden ook voor ons, dat stil gebed van Golgotha Yader, vergeef het mijn verlosten, want ze voeten niet wat ze doen! :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's