In Jezus ontslapen - pagina 28
:
18
nu is de roem onzer hope dat we toeten dat ook die geuade aan Gods heiligen verzekerd is, en alle eeuwen door beleed Christus' kerk die hope iu haar veelzeggend artikel „ Ik geloof de wederopstanding des vleesches." Hoe die zijn zal, geen onzer die het zeggen kan. Alleen dit weten we, dat de aanvang van dezen onzen aardschen tabernakel in één kleine, onwaarneembare kiem bestond, die, naar de embryologen ons leeren, in één, o, zoo kleine cel was verborgen, en dat, door het opnemen van stof uit deze aarde, uit die onzichtbare kiem heel ons lichaam werd opgebouwd. Die opgenomen stof nu valt bij het sterven weer af, maar die kiem blijft, die is onverdelgbaar en daarin schuilen wonderbaar al de gegevens voor hetgeen ons lichaam tot ons persoonlijk lichaam maakt. Brengt nu Christus eenmaal die tijdelijk latente kiem met de stof der nieuwe wereld in aanraking, dan wordt daaruit vanzelf dat nieuwe lichaam opgebouwd, dat bij de heerlijkheid past. Het zal met ons dan zijn, als met de struik, die, bij den grond afgesneden, verdort, maar bij het koesteren der lentezon nieuw uit haar wortelkern opschiet; wat de Heilige Schrift noemt „het zaad waarin na de verwelking het steunsel nog is" (Jesaia 6 13), of ook „het nieuwe rijsken uit de dorre aarde"
Eu
dit
,
,
laatste
,
:
(Jesaia 53
:
1).
we „overkleed" zijn, om niet meer enkel geestelijk, maar naar ziel en lichaam beide, eeuwiglijk in glorie die zelf de Liefde alleen al onze te dienen en te loven liefde waardig is.
En dan
zullen
Hem
,
„25ef(eeb
,
met
,
ttritte
,
fteeberen".
Die overwint, die zal bekleed worden niet witte kleederen; en ik zal zijnen naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en ik zal zijnen naam belijden voor mijnen Vader Openbaring en voor zijne engelen. S. '.'>
:
Het heimwee naar den hemel komt
niet in elk hart uit den-
zelfden draug voort.
Er zijn er die naar den hemel verlangen, omdat ze te oud voor deze wereld zijn geworden. Die wereld past niet meer l>ij hen, en zij passen niet meer bij die wereld. Als ze nog in de volle kracht des levens waren, die hen vroeger deed blinken, zou geen doodsgedachte over hen zijn gekomen; Maar nu hun
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's