Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 183
171
En toen werd het als het smelten der sneeuw voor de zon, die opgaat, en straks .... een afloop als van zeer snelle wateren. Al spoedig dorst men het aan, den gezegen&en naam van uwHeiland naast dien van Mahomed, Confucius en Buddha te noemen. Allen immers machtige figuren. Weldoeners der menschheid. . Dat was het: Jezus had ons óók welgedaan, en met hem helden der gedachte als een Kant en een Hegel. Zoo daalde de heilige gestalte van het Lam Gods tot de gewone evenredigheden van onze gevierde mannen. Schriklijk.
En
toch daar moest het toe komen. Immers, men wist van geen schuld, men geloofde aan geen verdoemenis meer. En wat zin zou het dan gehad hebben, nog langer te spreken van het bloed van G-olffotha als het rantsoen voor onze zonden?
Zoo is het dan ten slotte toch waar gebleken, dat het geloof, waarmee de ziel die naar verlossing dorst, het kruis van Golgotha aangrijpt, geen gemeengoed, niet uit onze natuur, maareen genadegifte Gods
is.
ook nu nog zijn er duizenden bij duizenden, die door verraad aan Jezus ongeschokt en door dien algemeenén afval onbewogen, stil en kinderlijk in dat kruis van Jezus blijven roemen, als in het mysterie waarin Gods engelen begeeren in te zien maar in dezer aller hart dankte dit geloof zijn oorsprong aan een bijzondere genade en wierd dusver alleen door die bij zondere genade in stand gehouden. 'Verheffing op dat geloof misstaat daarom in hooge mate. Ge hebt het uit u zelf niet. Voor wat aan u zelven lag, zoudt ge het zoo goed als die anderen van u hebben gestooten. Gij zijt niet beter dan die. Een nieuwe zonde, een zonde die als een worm aan uw geloof ging knagen, zou het u zijn, zoo ge in stee van Gode louter dank te offeren, in uw geloof u zelven gingt behagen, alsof door uw trouw, door uw moed, door uw geestdrift de heugenis van en de verkleefdheid aan Golgotha stand hield. Integendeel, waar ge in éénzelfde schipbreuk met die anderen dreigdet onder te gaan, voegt u te dieper zelfbeschaming, te vuriger en inniger erkentenis van verbeurde genade, en zoo het gebeuren mag, dat ook uw vrouw en uw kinderen nog met u tl aan dat kruis zich vastklemmen, neen, dan weet ge niet, hoe schatrijk ge aan genoten ontferming zijt.
Want,
ja,
dit
Niet dat ge daarom door veel redeneerens het mysterie van Golgotlia moet pogen te ontsluieren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's