Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 192
180
En
van Jezus, wat gevoelen zij het indenken, bij het weder aanzien van het lijden en sterven van den Christus ? Kunt ge zeggen, dat, zooals eens de natuur meêbeefde, zoo ook hun hart en hun ziel nog meêzucht en meêbeeft, als dat kruis weer voor hun geest treedt? Helaas wat is het meegevoel dan zwak, en nauw waarneembaar in
die
belijders nu, die verlosten
hun hart
bij
!
in zijn heiligen. Zelfs als men zijn dood gedenkt weinig heilige ontroering!
bij
het heilig Avondmaal, hoe
Staande voor den Tempel van Jeruzalem, heeft Jezus gezegd, dat de sternen haast spreken zouden als het menschenkind zweeg. En letterlijk is dat bij Grolgotha vervuld geworden. Wie er als mensch stond zweeg, of deed erger dan zwijgen, en lasterde den Zone Grods. En toch hebben de steenrotsen gesproken, en heeft de grond gebeefd, en daardoor is die officier van de wacht ontroerd geworden. Acht daarom die natuur ook u niet vreemd. Zijt ge niet uit de aarde genomen ? Komt uit die aarde uw voedsel niet ? Keert ge niet eens tot de aarde weder, om door haar ontbonden en bewaard te worden, tot de toekomst des Heeren? Kortom, is niet uw leven met het leven dier natuur verwant ? En treedt ze niet of als een hulpe naast u, óf als een getuige tegen u op ? Als haar lente weêrkomt, brengt ze u met die lente den terugkeer van Paschen en als een trouwe wachtster komt ze u zoo telken jare aan het kruis van G-olgotha hernieuwen het schrikkelijk lijdenstafereel dat aan die glorie van Pascha voorafgaat. Laat dan de stem der natuur, evenals eens dat beven der o, aarde dien officier van de wacht, zoo ook u telken jare weer de ontroering in de ziel bij het indenken van Jezus' lijden mogen brengen. Grelijk eenmaal de aarde onder Grolgotha gebeefd heeft, kenne zoo ook uw hart dat heilige beven, dat stille sidderen, als ge weer de ontzettendheid van dat ingaan van uw Heiland in den eeuwigen dood indenkt.
XLVIII.
„^oe^t
öe £fjri£tu£ niet öe$e dingen lijden?" Moest de Christus niet deze dingen en alzoo in zijne heerlijkheid ingaan ? Luk. 24
Onze
Heiland
gunt
ons,
nadat
terugblik op het lijden, dat achter
hij
was
hem
lag.
opgestaan,
zelf
lijden, :
26.
een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's