Afgeperst - pagina 13
mooie taalbeeld misduid.
't
en Dr. in
geheel
stijlwet,
de den
Visser
tegen
hun
den
heer
van
beeldenden
Waal
de
zin
op
te
vatten,
is
Malefijt een hypertype
van Nietzsche's Uebermensch gaan maken. Immers, Dr. de Visser en ik zelf, kennen oogenblikken in ons leven, waarin we derwijs in
trant
gewone menschen, zooals
wij
gedurig
de
ingewikkelde zaak verdiept
een
„ons
even met rust
toch
te
zitten,
laten",
dat
we
dringend vragen,
„ons toch op dat oogenblik
met andere zaken te storen", kortom „ons niet af te leiden". Voor diepgaande studie zoekt ieder denker liefst een stil vertrek met zoo weinig mogelijk rumoer aan de straatkant. Heeft iemand ons op een druk oogenblik iets gezegd, waar we toen blijkbaar niet op gelet hebben, en verwijt hij ons dit later, dan zegt ieder onzer op zijn beurt „Ja, lieve vriend, ik was toen zoo bezet, vergeef 't me, maar ik kon er op dat oogenblik niet over doordenken." Telkens verzoeken we, met dit of dat niet lastig gevallen te worden, omdat er op zoo'n oogenblik „ons hoofd niet naar staat". Heel de wereld door is het bekend, hoe juist intellectueel zeer hoog staande professoren, soms zoodanig afgetrokken kunnen niet
:
aan de satyristen en spotbladen een onuitputtelijke lachverwekkende spotfiguren bieden. Niets ligt ons nader dan te zeggen „kom daar later eens mee; nu heb ik heusch geen gelegenheid om er over door te denken. Ik ben te bezet". Men noemt dat dan ook: in iets „verdiept" zitten, door iets „afgetrokken" zijn, in te sterke „spanning" verkeeren, of door wat zaak of dat
zijn,
ze
van
bron
:
studie
een
ook
te
zeer ingespannen
ander punt even helder
overkomt ieder onzer op is
denkbaar,
zijn,
als
om op
anders
zijn beurt.
datzelfde oogenblik over
te
Geen
kunnen peinzen.
die er niet uit eigen ervaring, vooral in de
opgedaan, van weet mee een Minister of Kamerlid,
te bij
spreken.
Dat
Minister, geen Kamerlid
Niets
is
Kamer
gewoner, dan dat
het zich prepareeren voor een speech,
argument me nu vooral niet bij zich zelf moet klagen „Nu is het me toch heusch weer ontsnapt. Mijn hoofd is onder zoo'n speech ook zoo vol!" Goede paedagogen pogen er hun leerlingen zelfs opzettelijk toe te brengen, dat ze hun gedachten zooveel mogelijk leeren concentreeren, d.w.z. op één punt saam te trekken, wijl juist dit voor goed, helder denken zoo onmisbaar is. Zoo gaat het ons Nederlanders, zoo gaat 't onzen Engelschen overburen, die van „absorbed", onzen Franschen buren, die van „occupé" spreken, en altoos komt het er op neer, dat 't bezig zijn met een gewichtig tot
zich
zelf zegt
ontglippen",
:
en dat
„laat dit of dat hij
toch na afloop
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's