Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 40

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 40

2 minuten leestijd

,

30 Dit nu moet op den voorgrond staan, als we van Jezus' lippen de heerlijke woorden beluisteren, dat er m het Vaderhuis daarboven vele woningen zijn, en dat hij ons voorging om ons daar plaats

te

beri iden.

Ook aan

deze beeldspraak moet in den hemel een werkelijkheid beantwoorden. Wordt van de gevallen engelen gezegd, dat ze hun eigen woonstede verlaten hebben, dan zegt dit ons, dat ze een woonstede gehad hebben, en dat dus de niet gevallen engelen die woonstede nóg bezitten. Zonder daarbij nu in eigenlijken zin aan tabernakelen, aan tenten of huizen te denken ligt hierin dan toch dat de engelen zoowel als de gezaligden hun eigen plaats hebben, waarin ze vertoeven. Er is dus in den hemel niet alleen één zwevende sfeer waarin alles zich vermengt, maar er is ook in dien hemel wat wij zouden noemen lengte en breedte, er zijn uitgestrektbeden, en in dat uitgestrekt gebied zijn onderscheidingen en afdeelingen, plaatsen voor den één die niet voor den ander zijn voor de engelen onderscheiden en onderscheiden voor de gezaligden. En nu zegt Jezus ons desaangaande drie dingen. Vooreerst, dat er voor de gezaligden meerdere woningen zijn. Dan, dat die woningen saam het ééne Vaderhuis uitmaken. En ten derde, dat in één van die vele woningen voor elk uitverkorene een afzonderlijke plaats is, die Jezus hem bereidt. ,

Let op elk dier

,

drie.

Vooreerst dan: er zijn vele woningen voor de gezaligden. De ééne hemel is dus niet één onderscheidloos geheel. Niet één nevelensfeer waarin alles zich zou der onderscheiding oplost. Maar er zijn indeelingen, elk met haar grenzen, en door die begrensde indeelingen ontstaat een veelheid. Er is woning naast woning, en die woningen zijn niet aan elkander gelijk, maar hebben een eigen iets, waardoor de ééne zich van de andere onderscheidt.

Het zijn niet vlakten, of ledige plaatsen, maar het zijn woningen. Niet als onze huizingen, die ons tegen wind en regen en koude en hitte beveiligen moeten, maar woningen dan toch waarin zich een levensmilieu vormt, en waarbinnen een saamleven een saamarbeiden een saamgenieten mogelijk is. Hemelsche gezinnen, waarin de gezaligden groepsgewijs zijn saamgevoegd, naar hun aard, naar hun talenten, naar hun gaven. En heel het saamleven in die woningen is éen leven voor Gods eere en in heilige vreugde. Hemelsche gezinnen in hemelsche woningen, die niet bijeen ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 40

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's