In Jezus ontslapen - pagina 128
118 zaligheid in. En wat onbezielde paradevoorstelling zou het dan niet zijn, zich Jezus te denken als gezeten op een troon, die ruimte aanbood voor al Gods uitverkorenen, ontelbaar als de sterren des hemels en als het zand dat aan den oever deizee ligt. De troon is hier symbool. Zinbeeld van macht, van heerschappij en majesteit. Toch is het niet de „ macht over de Heidenen " ; die was vroeger reeds toegezegd. En ook geldt het hier niet de oordeelende macht waarvan Jezus tot de apostelen zei dat ze zitten zouden ,
,
twaalf tronen, oordeelende de twaalf stammen Israëls (Math. 19 28) en waarvan Pau lus betuigde dat „ de geloovigen de wereld " en „ de engelen " oordeelen zouden. (1 Cor. 6 2 en 3). Alle Pathnios-belofte aan den overwinnaar onderstelt dat het oordeel is afgeloopen, en doelt op de heerlijkheid, die daarna
op
:
,
:
ingaat.
Welke dan
deze eere, deze hoogheid, deze luister der hier heerschappij is? Ook voor dit geheimnis ligt de sleutel in het Paradijs. In het Paradijs het kind der menschen naar den Beelde Gods geschapen, en daarom en deswege hem in het Paradijs toegeroepen: Heb heerschappij. Dat zou geweest zijn het zitten met God in zijnen troon, bekleed met koninklijke macht over heel de schepping. Priester en Profeet, maar ook Koning bij de gratie Gods was de mensch, in het Beeld van God geschapen. Die heerschappij heeft de mensch toen verworpen, niet gewild met voeten getreden en op Satans gefluister gestaan naar een andere heerschappij naar een macht tegenover en boven
toegezegde
,
,
,
God. Zoo werd de koning slaaf, slaaf der zonde, slaaf van Satan, slaaf van de wereld, slaaf van zijn eigen zinnen en tochten. Vandaar dat het in deze bedeeling, tot den einde, ook op den weg der verlossing blijft en blijven moet: niet heerschen, maar dienen. Christus zelf die voor ons intreedt, komt niet om te heerschen, maar om zijn ziel te geven tot een rantsoen. De onbekeerde een slaaf, een slavin. De tot God bekeerde een die vrijwillig niet anders dan dienen wil. En dit duurt, en dat houdt aan, totdat het Beeld van God volkomen zal hersteld zijn, naar ziel en lichaam. Maar dan slaat het ook om. Dan wordt wie slaaf was heer die willig diende tot de heerschappij geroepen en dan zullen alle gezaligden de „ kroon des levens" dragen, en zitten met den Middelaar in zijn Troon. ,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's