Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 108

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 108

3 minuten leestijd

.

98

Teekent de Christus nu den geredde die ter glorie ingaat in het beeld van den Overwinnaar op aarde, dan is niets natuurlijker, dan dat ook dit beeld in de versiering met de Ster hier optreedt. Vlak vooraf ging, dat de Overwinnaar macht over de Heidenen ontving, en als teeken van die. hooge heerschappij wordt nu, altoos in heilige beeldspraak, het teeken van de Morgenster hem op de heldenborst gehecht. Dat dit beeldspraak bedoelt, en dat de Overwinnaar niet de Morgenster zelf ontvangt, blijkt reeds daaruit, dat er niet staat: Ik zal hem een, maar de Morgenster geven. Immers de verlosten die als Overwinnaar ten hemel ingaan, zijn duizenden en nogmaals tienduizenden, en toch is er maar êêne Morgenster. Niet dus de Morgenster zelve is bedoeld, maar een zinnebeeldig eereteeken aan de Morgenster in glans gelijk. Gelijk de Morgenster alle onze sterren in gloed en glans en schittering te boven gaat zoo zal het eereblijk dat hij ontvangt die in dezen geestelyken geloofsstrijd volhardt ten einde toe èn overwint, in glorie alle eereteeken van zegepraal, dat op aarde wordt uitgereikt, zeer verre overtreffen. De Morgenster is hier dus niet de Christus, gelijk het in Openb. 22 16 heet „ Ik ben de blinkende Morgenster " want het is op Pathmos de Christus zelf, die dat eereteeken van de Morgenster uitreikt. En evenmin is de Morgenster hier de glans van het Evangelie, gelijk het in 2 Petr. 1 19 heet, dat den wedergeborene de Morgenster opgaat in het hart. Immers wie ten hemel ingaat, kan niet dan pas het Evangelie ontvangen. Wat hier staat, dat Christus aan den Overwinnaar de Morgenster zal geven, duidt op een teeken van eere en glorie den Overwinnaar toegekend, geheel op één lyn staande met het witte triomfkleed dat hem om de schouders wordt gehangen, en met den witten keursteen in den zegelring. ,

,

,

:

:

:

:

De

zinnebeeldigheid die hierin tot uitdrukking komt, is, zij mystiek, toch volkomen duidelijk, zoo ge er slechts op let, dat dit eereteeken teeken is van de macht over het heidensche wezen, waarmee het in één adem genoemd wordt.' Het heidensche wezen teekent de Heilige Schrift ons steeds en onveranderlijk in het beeld van nacht en duisternis. Wie den Middelaar wordt ingelyfd overgezet uit het rijk der „ wordt duisternis in het Koninkrijk van den Zoon". „Het volk dat in duisternis Z at, zong reeds Jesaja, zal een groot licht zien". Bij de komst van het Evangelie, zegt Paulus, heeft God bevolen, dat het licht uit de duisternis zou schijnen. Reeds Simeon riep uit, dat de Christus zyn zou „een licht tot verlichting der Heidcmi," het

al

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 108

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's