In Jezus ontslapen - pagina 36
26 ons van zonde zou afhouden, kan hierin niets veranderen. Wat zondig is zullen we schuwen, niet ter oorzake van onze afgestorvenen, maar ter wille van den Heere onzen God. „Tegen U, riep David uit, tegen U alleen heb ik gezondigd" en alleen wat ge om Gods wil laat, heeft zedelijke waardij. Zoo brengt dus het sterven wel waarlijk tijdelijke scheiding teweeg. Alleen de herinnering blijft. Maar buiten die herinnering weten zij die heengingen niets van ons, noch wij iets van hen die van ons gingen, dan alleen in zooverre er zekerheid is van onzen band in Jezus en van een saamverbonden zijn in den dienst onzes Gods. Maar juist dat saamwerken in den dienst onzes Gods, toeft niet tot het wederzien. Zij daar boven, en wij hier beneden, blijven in dien dienst van het Koninkrijk onzes Gods verbonden, ook al bouwen zij nu reeds aan een standmuur van den tempel Gods, die hen aan óns oog en ons aan hun oog onttrekt.
Niet dus het weemoedig sentiment, maar het saam in dienst staan van eenzelfden Koning, het saam om eenzelfden God als aller middelpunt ons bewegen, dat is de band die nooit verbroken wordt, die door dood en graf heen blijft, en die in den dag der opstanding het heerlijk besef van saamhoorigheid
vernieuwen zal. Altoos op voorwaarde dat we ook hierbij al het aardsche ons wegdenken, en van het hemelsche nooit anders dan hemelsche gedachten koesteren. Reeds hier op aarde leven we niet aldoor in hetzelfde verband* Eerst is het een saamleven met ouders, broeders en zusters. Dan een saamleven met wie ons aantrekt op school of bij onze studie. Daarna komt het saamleven in een eigen gezin. En voorts het saamleven met wie in kring van arbeid of door ,
vriendschap bij ons hoort. Ook wisselt onze levenskring, als we verhuizen van de ééne woonplaats naar de andere. En zonder nu te zeggen dat bij zulk wisselen van levenskring de vroegere banden geheel afsterven, zoo weten we toch zeer wel, dat de latere verhouding vaak een geheel andere wordt dan ze vroeger was. Hoe klein en nietig zijn nu niet de veranderingen van levenskring op aarde, vergeleken bij die ontzettende verandering, die plaats grijpt, als we uit onzen aardschen beroepskring in onze hemelsche omgeving en in onzen hemelschen dienst worden ,
overgeplaatst.
Nu
zijn
de
schikkingen
Gods voor onze aardsche verbinte-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's