Afgeperst - pagina 61
WAT
AZIË BROEIT.
IN
57
eigen religie vervreemd worden, zonder er een andere, positieve
voor
religie
van
religie
in
de plaats
te
krijgen.
Onverschilligheid op het stuk
zou vrucht en regel worden.
hamedaansch
In
naam zou
't
al
Mo-
maar losweekend van den Islam. En tenslotte zou de Javaansche aristocratie het toonbeeld geven van dat uitgeblijven,
hold Mohamedanisme van vele gemoderniseerde Turken, die in naam den Islam vasthouden, maar door prijsgeving van het wezen ervan
Tot wat uitkomst zulk een wezen
zichzelf verachtelijk maakten.
looze
religie
leidt,
kan
men
ten deele in streken van ons eigen
maar veel droever nog in de groote centra van het Islamisme Gingen we zelf de Priayi's in dezen geest opvoeden, zoo zou van hen het bederf op den Javaanschen kleinen man overgaan, en de finale zou niet anders kunnen wezen dan een algemeene land,
zien.
van Java's
degeneratie
in
zijn
„een
dichte
bevolking
in
sociaal, ethisch en
De Zendingsdirector Gunning
religieus opzicht.
zegt 't zoo terecht verschenen Regeering en Zending, dat een inlander zonder godsdienst zelfs niet denken kan" (p. 18).
pas
leven
Vermoedelijk
zou
Hindoeïsme, nog man zou zelfs dit
de aristocratie, door haar sympathie voor het
Paganisme terugglijden, maar de gemeene kunnen, en zoodoende zou geestelijke verwording eindigen met op Java toongevend te zijn. De Aziatische beweging, die op zich zelve zoo schoone beloften in zich draagt, zou in
het
niet
op die wijs voor Java
tot
weging
die
En het is door dit de vraag zich stelde, of de be-
een vloek worden.
pijnlijke vooruitzicht, dat vanzelf
onmiskenbaar komende
is,
en de daardoor
opgekomen
zin voor hoogere cultuur niet in beter
spoor kon worden geleid. Op die vraag zocht ik een antwoord, en het is niet dan na ernstige overweging, dat ik meende, dat althans meer dan in 't advies van den Leidschen hoogleeraar, heil voor Java te zoeken ware in het te hulp
roepen van de particuliere onderwijskrachten. Een gedachte die ik, er een grijpbaren vorm aan te geven, opzettelijk in het kleed
om
van Groen van Prinsterer's adagium stak. Dit toch kon de attentie trekken en op die manier de zaak op gang brengen. Zeg iets in een logisch onberispelijken, maar niet pakkenden vorm, en het is, eer de week om is, reeds vergeten. Maar steek het in een kleed van eenigszins opzienbarende snit en tint, en ge prent de gedachte, die ge op den voorgrond wilt schuiven, vast in het geheugen.
Aan dien vorm dank
ik het dan ook, dat het groote publiek het denkbeeld terstond gevat heeft en dat het nu reeds druk van alle zij is besproken. Zoo zelfs dat de Minister op 30 December er zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's