Afgeperst - pagina 105
BIJLAGEN.
101
daaropvolgende jaar moest het worden overdacht en op het laatst men er niet meer van. Ik heb over het bouwwetje meer dan eens gezegd, dat dat wetje, zooals het daar ligt, ons niet anders brengt dan een ernstige teleurhet
hoort
stelling.
En nu is er tot mijn verbazing op het gebied van onderwijs een nieuwe grief opgekomen. In de theologische faculteit van Leiden wordt nu voorgesteld een nieuwen hoogleeraar aan te stellen, n.1. een zesden. De Minister verklaart daarbij den stelregel te willen volgen van slechts aan
één
Universiteit
elke
faculteit
maar nu zou toch een gewoon
volledig
te
willen
organiseeren,
van de Kamer, ja een gewoon burger, die er buiten staat, als er twee Universiteiten zijn, de een met slechts 80 studenten, dat is die te Leiden, en de ander met 180, die te Utrecht, zeggen dan kies ik daarvoor de Utrechtsche. Maar neen, nu kiest de Minister van Binnenlandsche Zaken daarvoor niet de Utrechtsche, niet de Groningsche, maar de Leidsche Universiteit, die, zooals ik zeide, slechts 80 studenten in de theologische faculteit heeft. Ik zal op dit punt nader terugkomen en het hier dus niet verder uitwerken, maar ik geef het alleen aan, om te doen zien, dat ik wel degelijk bedenkingen tegen het onderwijsbeleid van dit Kabinet heb. Maar als de geachte afgevaardigde uit Groningen den eisch stelt, dat dit Kabinet de onderwijsquaestie onder de groote quaesties van zijn programma had moeten opnemen, dan moet ik mij toch veroorloven te vragen of dat een billijke eisch is. Dit Kabinet is opgetreden volstrekt niet in het gestarnte van het onderwijs, maar in het gestarnte van het sociale vraagstuk en anders niet. Wat is nu het ongeluk geweest ? Dit, dat nu bij de sociale quaestie komt de militaire quaestie door iets dat ik mij altijd veroorloofd heb als een fout te qualificeeren, n.1. dat op de militaire quaestie een crisis is uitgelokt. Ik herhaal dat nogmaals, ook ter waarschuwing voor de toekomst, omdat nu weer van achteren blijkt hoe dit zich wreekt en hoe men daardoor altijd het blok aan het been houdt. Maar wanneer men nu van de overzijde zich daarop zou willen beroepen, dan zeg ik ik kaats den bal terug, mijne heeren Wanneer gij van de overzijde dat zegt, dan merk ik op, dat, ook al was de crisis niet daarop gevallen, de militaire quaestie toch voor rekening van dit Kabinet zou hebben gelegen, dit Kabinet zich er toch niet aan had kunnen onttrekken. En waarom niet ? Omdat juist de Kabinetten van links bijna altoos de militaire quaestie verwaarloosd hebben. En nu weet ik wel, dat het Kabinet-Pierson ons een herziening van de Militiewet heeft gegeven, maar men houde mij de opmerking ten goede, dat, toen dat wetsontwerp was aangenomen, de invoering er van voor rekening kwam van een rechtsch Kabinet met al de kostenverhooging die uit die wet voortvloeide, en dat het Kabinet-Pierson ons het leger weerloos heeft overgeleverd met een oud veldgeschut, waarmede eenvoudig geen verdediging mogelijk was en geen strijd kon worden aanlid
:
:
!
vaard.
Daardoor
is
het
gekomen, dat
niet
eens,
maar herhaaldelijk
juist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's