Afgeperst - pagina 42
HET GELE GEVAAR.
38
Iets
wat men toch
aan
te
in
niet doen zou, zoo er niets meer op hen viel Van waar dan nu zulk een door niets getemperd
meri<en.
hoogte
de
steken
van
de
Chineezen, alsof er geen vlek of
was ? Ook Kamerleden velden over de opinie Hoogstraten een niet te zacht oordeel met Van heer van den name deed dit de heer Thomson. Doch hij was althans billijk, en wees zelf op de schaduwzijde, die van het optreden van de Chineezen in onze Koloniën onafscheidelijk bleek. „De Chineezen, zoo begon hij te erkennen, hebben les défauts de leur qualités. hen
aan
rimpel
;
spaarzaam en energiek, en dan spreekt het van zelf, dat bij de aanraking met andere personen, die niet dezelfde Het is wel eigenschappen bezitten, zij moeten overwinnen.
Ze
sober,
zijn
jammer voor
ons, dat de inlanders, in het bijzonder de Javanen,
doch men kan daartegenover nu eenvoudig zeggen, dan moeten de Chineezen maar worden Zelf erkende hij met den uitgesloten uit de gemeenschap".
die eigenschappen niet bezitten, niet
.
.
.
heer Van Hoogstraten, „dat de Chineezen soms treurige practijken uitoefenen,
als
houders van opiumkitten, pachters
van pandjes-
huizen, van slagerijen en pasars, van clandestine dobbelhuizen enz. Ik
erken
dit,
zei
hij
en
betreur het in hooge mate."
En
eerst
daarop volgde dan een opsomming van hun goede Maar zelfs van zulk een veel dat ze ons ten goede deden. billijk afwegen van het goede èn het kwade was in het pleidooi van den Minister geen sprake. Hij had voor de Chineezen louter qualiteiten in
lof.
Niet één enkele reserve
werd voorbehouden
Of dit, afgezien van het pijnlijke voor den heer Van Hoogstraten, uit politiek en diplomatiek oogpunt van de gewenschte bedachtzaamheid getuigde, waag men kans, dat als 't vroeg of komt,
elke
door
ik te
betwijfelen.
weer
laat
tot
Nu
toch loopt
onderhandelingen
ons wenschelijk geachte voorzichtigheidsmaat-
worden afgewezen,
met verwijzing naar dit officieele woord van den Minister van Koloniën iets wat nog heel anders bedenkelijk kon worden dan het gesprokene door het lid voor Utrecht II. Reeds nu toch ligt immers de conclusie voor de hand, dat regel
zal
;
nog bestaande vrijheidsbeperking op staanden voet behoort te worden afgeschaft, overmits nu immers officieel vaststaat, dat de Chineezen in niets bij onze beste onderdanen achter staan. Stellig ging m. i. de afgelegde verklaring dan ook te ver. Maar nu ter zake. Op 11 October 1909 gaf ik zelf in De Standaard een korte alle
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's