Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

3 minuten leestijd

25

van allerlei toespraken en allerlei geschrijf geworden, zonder dat er ernst achter steekt of het er toe komt. Och, het Christenvolk is zoo ongeestelijk. "Want wat wilt ge met al dat bidden voor elkander? Of weet} ge dan niet, dat ge om voor iemand te bidden, hem eerst op uw hart moet gelegd hebben Dat dan eerst de liefde voor hem u prikkelen en dringen moet? En dat bidden voor een ander een nog dieper gebedstoon vraagt? En daarom wat soberder, wat stiller, wat heiliger en daardoor schuchterder en teederder met dat bidden voor elkander zijn, het zou aan ons gebed geen kwaad, maar eer aan uw bidden goed doen. slot

}

Doch in dat uitwendig, oppervlakkig roepen van „broeders, bidt voor mij," ligt niet de eenige zonde onzer gebeden. Veel gebedszonde ligt er ook in, dat we voor ons zelven zoo onernstig bidden. Niet alsof het gemeene gebed bij spijs en drank, bij het opstaan en slapengaan, of bij onze samenkomsten deswege verwaarloosd mocht. Wie dat waant, kent 's Heeren weg niet. Maar toch verder 's Heeren weg is hij, die geen oog heeft om te weenen over de minheid van ons bidden en den lagen stand van de aanroeping des Heeren in gebeden die we saam doen. o, Hoe veel en hoe lang wordt er niet soms gepreveld zonder dat van de honderd die de handen vouwden meer dan tien ook maar even hun ziel tot Grod verhieven. "Wat loomheid en dofheid bij dat bidden Wat verstrooiing van den geest en wat invallende storende gedachten Dan zijn er soms duizend en meer Christenen bijeen, en ge ziet aller hoofd gebogen, en het heet dat allen bidden, maar zóó jammerlijk is onze toestand, dat het al veel is, en ge al dankt, zoo ge een enkel maal een geloofswerkzaamheid voor half den duur van zulk een gemeen gebed hebben mocht. En nu bij ons privatelijk bidden is het natuurlijk niet zoo erg. Wie in zijn eentje zijn knieën buigt is allicht opmerkzamer, er meer bij, meer in een stemming der gebeden, maar toch ook daarbij blijft onernstigheid de zonde die ons weer telkens aankleeft. Zoo midden uit het leven plotseling voor Grod te verschijnen. Opeens uw ziel los te maken van wat om u heen is. Yan een gesprek dat u boeide, van een boek dat ge laast, van een tijding die u zorg inboezemde, en zoo zonder overgang voor de eere van het is Grods naam en van zijn Koninkrijk smeekende te zijn, voor een kind van stof en voor een armen zondaar dan ook zulk een ontzettende spanning, en vandaar dat gedurig weer opstaan van ons bidden, dat we boos op ons eigen hart zijn op dat hart dat

nog van

!

!

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's

Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 37

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's