In Jezus ontslapen - pagina 222
212
Er
kleeft het bloed uwer ziele aan. Het is uw moeite, verdriet. Een last des lijdens die bij u boort, waai uw eigen verleden in nawerkt, waar de koorden van uw eigen innerlijk bestaan door liggen beengestrengeld en dat, al rust liet nu in Gods band, toch nog met duizend onzichtbare vezelen aan eigen innerlijk zielswezen vastzit.
hart "het
in.
uw
is
,
uw
Het was toch geen uitwendig leed, dat los, en buiten uw hart om, op n werd gelegd, en dat van u kon worden afgeno-
men
gelijk een kleed dat men u uittrok. In die moeite en in dat verdriet is uw eigen leven trekt uw eigen ziel, golft de stroom van gewaarwordingen van uw eigen hart, en dat uw God het in zijn hand hm nemen, was alleen omdat Hij de eeuwige armen der Ontferming onder dat leven van uw hart sloeg, en zoo van binnen uit door zijn gemeenschap met uw zielsleven, de gemeenschap met uw lijden tot stand ,
,
,
bracht.
Zóó kunt ge dan ook niet weer door ongeloof zijn gemeenschap afsnijden, of uw ziel zinkt weer in en wordt nedergebogen. En alleen zóó lang is er zalige vertroosting als uw God in u, van uit de diepte uwer eigen ziel, van binnen uit, met Goddelijk mededoogen, de moeite en het verdriet als optilt, opdat ze
u niet verpletteren. Daarom kan er buiten Jezus nooit waarachtige vertroosting in ons lijden zijn, eenvoudig omdat zoo zielshmige gemeenschap met den God van alle Barmhartigheid buiten de verzoening van het bloed des Kruises niet kan bestaan. _
We
moeten
liggen,
om
worden, en
„heiligen en beminden" aan Gods Vaderhart innerlijk met zijn vertroostingen overgoten te
als
zóó
we
buiten Jezus niet. Zonder Jezus rijp voor verdoemenis, en niet voor vertroosting; aantrekkingspunt voor den toorn en niet voor de ontfermingen onzes Gods. Ja, meer nog, als God ons troost, door te vragen dat we onze moeite en ons verdriet in zijn hand zullen overgeven herhaalt zich in onze eigen zielsworsteling feitelijk niet anders dan wat op Golgotha den Man van smarte zoo eenig groot maakt. Toen in het groot, wat bij ons in het kleine nawerkt, maar altoos het ééne ondoorgrondelijke mysterie. God zelf die den last onzer zonden en zoo ook den last van onze smarte op Zich neemt opdat onze verlaten ziel onder de moeite en het verdriet niet zou bezwijken. zijn
we
niets
heiligen
zijn
dan zondige schepsels,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's