Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 58

2 minuten leestijd

48

XI.

„£)e geeêten ber öofmactït recïjtüaarbigen". Tot de algemeene vergadering en de gemeente der eerstgeborenen die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, den Kechter over allen, en de geesten der volmaakt rechtvaardigen. Hebreen 12 23. ,

:

Niet te stipt kan worden vastgehouden aan de overtuiging onzer vaderen, dat ons wezen, als mensch, niet driedeelig, maar tweedeelig is. bestaan niet uit lichaam, ziel en geest, maar tweedeelig uit lichaam en ziel. En ook moet men niet zeggen, dat wel een onherboren mensch uit enkel ziel en lichaam bestaat, maar dat de wedergeboren zondaar er een derde iets t. w. een geest bijkreeg. Immers wat we in de wedergeboorte deelachtig worden is niet een menschelijke geest, maar Gods Geest, die dan gezegd wordt in ons te wonen, zoodat wij dan Gods tempel zijn. Bovendien wordt in de Heilige Schrift niet alleen van de begenadigden, maar ook van de verlorenen gezegd, dat ze geesten zijn. Yan de uitverkorenen lezen we dat „ de geesten der volmaakt rechtvaardigen" bij God zijn, maar evenzoo in 1 Petr. 3 19 dat „ de geesten die in de gevangenis zijn ", verloren gingen door hun ongehoorzaamheid. Alle afgestorvenen heeten dus geesten zoowel die in Jezus stierven, als die Jezus in hun sterven dierven. En diezelfde afgestorvenen worden nu evenzeer zielen genoemd. Of lezen we niet in Openb. 6:9: , Ik zag onder het altaar de zielen dergenen die gedood waren om het Woord Gods." Alsook in Openb. 20 4 „Ik zag de zielen dergenen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus." Toch drukt daarom ziel en geest niet hetzelfde uit. Moet het onzichtbare van ons wezen worden uitgedrukt, in tegenstelling van ons zienlijk lichaam, dan wordt bijna altoos van ziel, en bijna nooit van geest gesproken. Zal daarentegen worden uitgedrukt, hoe van ons onzichtbaar leven, onafhankelijk van het lichaam, kracht, actie, leven uitgaat, dan is geest het meest-zeggende woord. Iemand die dood in de zonde was, had dan in hoogeren zin geen geest in zich; maar hij wiens ziel uit dien dood in zonde levend werd gemaakt, heet een geestelijk mensch, deels omdat hij door den Geest geleid wordt, deels omdat zyn zielsleven tot

We

,

,

,

:

,

.

:

zyn ware

actie

gekomen

:

is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's