In Jezus ontslapen - pagina 112
: ,,
102
Nu
is hier een woordspel, dat voor wie er over heen leest, tot verwarring leidt. Er staat toch, er gaat onmiddellijk vooraf hebt te Sardes eenige weinigen die hun kleederen niet „ Gij ,
en zij zullen met my wandelen in het wit, overmits zij het waardig zijn." Hier schijnt dus tweemalen van dezelfde kleederen gesproken te worden, maar het is niet zoo. De kleederen die niet bevlekt zijn beteekenen de kleederen die gedragen worden in den strijd; het witte triomf kleed is het siergewaad dat wordt aangetrokken nadat de strijd ten einde liep en in zegepraal eindigde. üe kleederen, die men draagt gedurende den strijd, onder den strijd, zijn niet wit, maar gekleurd; ze zijn rood, ze zijn geel, ze zijn donker grauw, maar nooit zijn ze wit. Vlekken worden volstrekt niet alleen op het witte kleed gezien maar op den rooden krijgsmantel, die men destijds droeg, evenzeer. De vlek bezoedelt, de smet ook op het roode kleed, bemorst en maakt vuil. Maar heel iets anders is het witte kleed. Het witte kleed is het kleed des lichts. Het is het kleed dat geen kleur vertoont, maar waar de volle lichtglans van afschijnt. Het kleed als waarin de engel verscheen. Het kleed van het licht, als waarin Jezus op Thabor blonk. Het witte lichtkleed is het kleed van den hemel. Het kleed dat gewasschen wordt in het bloed van het Lam is het aardsche kleed, het kleed waarin gestreden werd, het kleed dat bemorst werd in de hitte van den strijd. Beeld hiervoor was de roode krijgsmantel van den soldaat, gelijk die aan Jezus in het rech thuis werd omgehangen. En alleen van het roode kleed kan gezegd worden dat het gewasschen wordt in bloed. Wordt er dus in Openb. 7 14 bijgevoegd dat ze diezelfde kleederen wit wasschen, dan ziet dat op de verwisseling van het aardsche kleed met het witte kleed des hemels bij huu ingang in het rijk van glorie. Maar altoos gaat dat onderscheid tusschen het aardsche kleed en het hemelsche gewaad door. Het hemelsche gewaad vertoont geen tint, maar enkel glans, en het kan niet bezoedeld worden. Het aardsche kleed draagt kleur, en wordt omdat het bezoedeld wordt, gewasschen. Wit is geen kleur, zoomin als zwart. Zwart is de donkerheid, die in het vale grauw geen enkele tint doet uitkomen. En wit is geen kleur, omdat het alle kleuren in zich besluit. Wit is de hoogste lichtglans, evenals het ijzer tógloeiend kan worden. En het is eerst als de lichtstraal breekt, dat het blauw, het rood en geel, als de drie hoofdkleuren, en straks uit deze drie alle overige tinten zich ontwikkelen. bevlekt
hebben,
,
,
,
,
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's