Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 65

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 65

3 minuten leestijd

,

55

In het eeuwig Voorwerp onzer aanbidding bezitten we alzoo het voldingend bewijs, dat een geest, geheel afgescheiden van vorm of gestalte, in den meest volstrekten zin een wezenlijk bestaan heeft, en dat aan dit wezenlijk bestaan van den geest nooit iets door stof of vorm wordt toegevoegd. De engelen toonen ons geheel hetzelfde. Ook de engelen zijn geesten, zonder zienlijke verschijning. Dat ze óns ten behoeve in een hun daartoe door Gods almacht geschapen gestalte verschenen zijn, doet hier niets van af. En ook al is het, dat ze in de visioenen van Jesaia en Johannes in symbolische gestalte optreden; wezenlijk zijn de engelen in zichzelven niets dan geesten. De onlichamelijkheid behoort tot hun staat. Ook zij zijn in hun volzalige koren ons dus het heilig toonbeeld van geheele heirscharen van wezens, die uitsluitend als geest bestaan, en die toch in dit hun louter geestelijk wezen

God dienen dag en nacht en de

heerlijkste

werkingen van zich

doen uitgaan.

God

heet daarom de Vader der geesten, juist om die hoogere van al wat geest is boven het zienlijke uit te

wezenheid drukken.

Van al het zienlijke is God de Schepper. Dat is zijner handen werk. Maar van al wat geest is, heet Hij de Vader der geesten, hiermede den veel nauwer band, en de veel nadere betrekking uitdrukkend, die Hem als het Eeuwige Wezen aan al wat als geest eigen tvezen ontving, van nature verbindt. Gevraagd nu, waar de mensch toe hoort, tot de zienlijke dingen of tot de geesten, hebt ge zonder aarzeling te antwoorden dat ook gij, evenals de engel, geest zijt, en dat ook gij, als geest, God als den Vader der geesten aanroept. Zeker, de volkomenheid van uw wezen ligt in uw óók deel hebben aan de zienlijke schepping. Ook na het sterven keert de lichamelijke verschijning, bij Jezus' wederkomst, terug, om eeuwiglijk de uwe te zijn. Maar toch de grond van uw wezen, de wortel van uw aanzijn, ligt niet in dat lichaam, maar in uw geest. Niet de geest is aan uw lichaam, maar uw lichaam is aan uw geest geschonken. En daarom, als in den dood het lichaam voor een tijd u ontvalt, blijft toch uw wezen uw wezen, blijft gij die ge zijt, en zet uw geest, nu zonder het lichamelijk orgaan, onafgebroken zijn aanzijn voort. Uw ziel bestaat ook op zichzelf. Ge kunt niet zeggen: hier is ze of daar is ze. Onze plaatselijke beperktheid of gebondenheid is op haar niet van toepassing. Er is ook voor onze ziel, na ons sterven wel een plaats waar ze vertoeft, anders toch

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 65

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's