In Jezus ontslapen - pagina 69
,
59
Die nu dat lichaam gebonden hield was de loslaat die op
is
de
ziel
bij
den dood volgt
,
ziel; die het het scheiden; en alzoo is de ontbinding het rechtstreeksch gevolg van de scheiding
die tusschen ziel en lichaam intreedt.
Toch is het niet in dien zin, dat de apostel spreekt van ontbonden te willen worden. De ontbinding, die na den dood in het lijk intreedt, is iets weerzinwekkends iets dat ons stuit en afstoot. En daarentegen het ontbonden worden waarvan de apostel hier gewaagt, is iets begeerlijk-s. Daarom nog niet begeerd door een ieder. Veeleer schrikken verreweg de meesten nog voor het enkele denkbeeld van alzoo ontbonden te worden, terug. Zelfs op verre na niet alle geloovigen begeeren alzoo ontbonden te worden. Maar er zijn er dan toch, voor wie de gedachte aan deze ontbinding een begeerlijke zaak is geworden. En de apostel ging, toen hij aan de kerk van Philippi schreef hierin allen voor. Welke ontbinding geldt het dan hier? En dan luidt het antwoord: Niet de losmaking des lichaams van de ziel, maar omgekeerd de losmaking der ziel van het lichaam. Het geldt hier dezelfde zaak, die de apostel in Rom. 7 uitdrukt, door te zeggen: Wie zal mij verlossen, mij losmaken, mij ontbinden van het lichaam dezes doods? Het woord zelf: ontbonden te worden, dat hier gebezigd wordt is ontleend aan hetgeen geschiedt als men op reis gaat, als men optrekt, als men de plaats verlaat waar men dusver ,
,
,
vertoefde.
Het wordt
de oorspronkelijke taal gebezigd van tweeerlei het in zee gaan van den schipper, en van het opbreken van de tent bij de woestijnreis. Eerst lag het schip aan den wal gemeerd of voor anker. Het was alzoo met kabel of ketting gebonden aan anker of ducdalf. En nu wordt die band losgemaakt, doordien men den kabel inhaalt of het anker optrekt. Zoo komt het schip vrij. Het is nu ontbonden. En de reis vangt aan. Of ook, men reisde niet op den oceaan, maar door de zandzee, niet in een schip, maar in een tent. Die tent stond met haar zeelen aan de pinnen vastgebonden. Doch nu worden die zeelen losgemaakt. Die pinnen uitgetrokken. De tent opgebroken en op de kameelen geladen. En de reis door de woestijn neemt een aanvang. Twee beelden, die ook ons sterven zoo wonderschoon afteekenen. Ginds de haven der eeuwige ruste. Tusschen ons en die
optrekken:
in
Yan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's