In Jezus ontslapen - pagina 23
!
13
wie zoo zijn dooden sterven ziet, nog van vertroosting en van hope spreken. De roekeloosheid is dan ook zoo ontzettend van wie zelf voor Jezus' roepstem de ooren toestopt, en bij anderen het beginsel des geloofs in Jezus zoekt af te breken. in de eeuwigheid zal zoo doodelijk angstig zijn Gods kinderen verstaan dan ook in gewone dagen van verre niet wat genade hun geschied is dat ze gelooven mogen en als ze hun lieven sterven zien, mogen weten, dat ze in Jezus zelfs
Hun ontwaken ,
waren
,
,
ingelijfd.
Want
dat neemt wel het bange van het krank zijn, en het harde van het sterven, en het kille van het graf niet weg. Dat alles bhjft. En het gemis en de verlatenheid volgen, en de wonde in het hart moet bloeden. Maar naast en boven dat leven in het zichtbare met zijn wee en diepe smarten staat ook die andere werkelijkheid, die nóg zekerder is, dan wat u hier tranen doet schreien, en uit die werkelijkheid straalt u heilige vreugde, hemelsche vrede tegen. Een gewaarwording die zoo sterk kan zijn, dat het ook in u wordt zooals het in de ziel van Paulus was, toen hij schreef: Ik heb meer behagen, om uit het lichaam uit te wonen, en in te wonen bij den Heere.
En kleeft,
nu niet, dat aan zulke geloofstaal het ziekelijke want dat wie zoo er aan toe staat, ongeschikt wordt
zeg
voor zijn taak hier beneden. Zeker dit is zoo, als ge in uw God en uw Jezus slechts heilige Wezens aanbidt, die er zijn, om u te helpen, u te redden, en u ten eeuwigen leven in te leiden. Als gij het middelpunt wilt zijn en Gods heilig bestel naar u laat rekenen. Maar zoo is het niet, als ge met uw dooden en met wie u bleven, weet alleen om God en voor zijn heiligen Naam te bestaan beide in leven en in sterven hier en in de heerlijkheid. Hij onze Vader en wij zijn kinderen; Hij de Heere, en wij zijn dienstknechten en dienstmaagden. Want dan is het leven hier alleen zóó lang goed, maar dan ook zóó lang onafwijsbaar plicht, als we hier zijn werk werken, en aan de taak die Hij ons gaf arbeiden mogen. Dan zijn we geboren om Hem te dienen, en wedergeboren met geen ander doel dan dat we Hem in den Zoon zijner liefde verheerlijken zouden. Dan schonk Hij ons het geloof, niet om óns te zaligen, maar opdat Hij in onze zaligheid Zichzelven groot zou maken. Dan is ons leven des Heeren, hetzij we hier nog blyven, hetzy we de eeuwigheid ingaan. ,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's