Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 43
31
van onze gedachtenwereld, maar in de aanneming van onze menschelijke natuur.
Door
die menschelijke natuur, die hij zelf aannam, omklemde ons in onze zonde. En daarom moest én vloek én dood in die menschelijke natuur, en in al de diepte van die menschelijke natuur, geleden worden. De martelaar snijdt zijn menschelijke natuur af, maar Jezus moest juist én lijdend, én stervend, in die menschelijke natuivn hij
verzinken.
En
zoo gaat, vooral over Grethsémané, het licht op. wildet, dat Jezus al het menschelijke aan den ingang van den hof had afgelegd, en als Zone Grods in zijn heldenmajesteit geschitterd had, maar wat moest geschieden, was juist omgekeerd, dat hij nauwer dan ooit, juist bij het ingaan van den hof, die menschelijke natuur naar zich toetrok, en, als we ons zoo mogen uitdrukken, zoover het maar kon zijn Grodzijn, zijn Groddelijke natuur, zijn eeuwig Zoonschap, achter die menschelijke natuur liet schuilgaan. Het moest ten slotte komen tot „een geheel van Grod zich verlaten gevoelen," om juist daardoor de aansluiting aan onze menschelijke natuur, aan onze schuld en onze zonde volkomen te Grij
doen worden.
En daarom
sterft hij, niet als de martelaar, en niet als de held, boven het menschelijke verheft, maar als „het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt". Als het Lam, van den held, van den martelaar juist het
die zich
—
tegenbeeld.
Verzonken, en nog dieper dan ooit in onze menschelijke natuur hij de worsteling tegen met den klaren vloek en den ongetemperden dood, en werpt hij zich in de armen der volkomen vernieling waarmee Satan op die menschelijke natuur aanvalt. Zooals Satan den rampzalige in den eeuwigen dood aangrijpt, zoo greep hij Jezus aan, niet als Zoon van Grod, maar als Zoon des menschen. Sterker nog. De macht van vloek en dood, die Satan anders over duizenden rampzaligen verdeelt, die trok hij als in één bundel, centraal, op Jezus saam, en daaronder poogde verzinkend, gaat
hij
Jezus te verpletten.
En daartegen nu kon en mocht uw Jezus niet anders worstelen dan door den tusschenschakel van zijn menschelijke natuur. Dat menschelijke mocht geen oogenblik weg. Dat menschelijke moest er midden tusschen in blijven. Dat menschelijke moest in zijn volle openbaring uitkomen. beker mocht voorbij gaan!"
En
dat
is
het
:
„Vader, of deze drink-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's