Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Afgeperst - pagina 83

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afgeperst - pagina 83

2 minuten leestijd

79

EERSTE GELUI.

ons een houding was aangeen ons pijn moest doen uitgelokt had nomen, die links applaus een wat zachter houding althans 30 dat ik de Regeering verzocht een woord van bezwaren willen aannemen, ook voor onze te

nu

tegenover

male

derden

ten

;

waardeering len

en 4" dat

;

op

te

willen hebben, en reden tegenover reden te stelik

haar bad, zich niet tegenover ons te beroepen Van Asch van Wijck en Idenburg, wier

gewezen Ministers

'de

niet

verklaringen

voorgelezen

konden

slaan

op het onderhavig

geval van 22 November, omdat dit geval toen nog niet bestond. Vooral op het laatste legde ik nadruk. Beide gewezen Ministers hadden steeds verklaard, zich bij ons Koloniaal Program aan te

en

sluiten,

zelfs

was ik door den laatste nog Van verschil met hen kon dus

na mijn aftreden

meer dan eens geraadpleegd. geen sprake zijn, en daarom voelde ik zoo de juistheid van wat De Tijd reeds in 1909 opmerkte, dat het beroep van den Minister van Koloniën op deze beide voorgangers reeds daarom niet opging, omdat, al bezigde hij dezelfde woorden, er toch uit de vroegere verklaringen, wat ons aanging, een geheel andere geest sprak. Ziedaar

Meer

alles.

is

door mij niet gezegd,

nogmaals,

dit

inbracht gevaar, hield

nu

stringent

in

zulk

herhaal

ik

een

grieven,

maar

uitsluitend

wees op

't

bejegening, als nu weer ondervonden,

Stembus kon schuilen. En in plaats van woord, dat ontspannen kon, kreeg ik toen te hooge mate krenkend" was geweest; dat men

ze aan, voor de

éen vriendelijk

hooren, dat ik „in mij

verband,

bewijst, dat ik in het minst geen klacht

over persoonlijke dat

terwijl het

het

recht

betwistte

zonder éene uitzondering,

om alle

zoo

iets te

durven zeggen

;

en dat,

Ministers saam mijne waarschuwing

hoogelijk afkeurden. Let wel, ge klaagt over eene u aangedane bejegening, en nu legt er nog eens dwars de karrewats overheen. Nu begreep ik, al ben hier eerst niets van, en pas later, bij meer oud-Parlementariër, ik

men

nadenken, heb

deze ministerieele Tohu iva öo/zu verklaard, Geen der Ministers behalve de dezer voege in

ik mij

zag 't toen in Minister van Koloniën herinnerde zich waarop mijn zeggen gedoeld had. Daarvoor hadden ze al die jaren de Handelingen over Koloniën ik

:

moeten lezen, en dat doet geen Minister, als het zijn eigen Departement niet raakt. Dat deed ik zelf, toen ik Minister was, ook niet. Dat doet niet éen Minister. Daar heeft men kortweg geen tijd voor. De heeren waren uit dien hoofde volstrekt niet op de hoogte van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's

Afgeperst - pagina 83

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's