Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 175

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 175

2 minuten leestijd

165

Maar

dit voor ons geheel weg; geheel, omdat de beden dood onherroepelijk, en de genade der heiligmaking in het sterven van wie in Jezus ontsliepen, volkomen is, toch blijft er nog dit: Kunnen wij ook niet iets voor onze dooden doen? Zoo dan al niet voor hunne zaligheid, dan

slissing

valt

al

bij

toch misschien

En

bij

die

hun ten behoeve. vraag wordt lang niet altoos genoeg teederlijk

verwijld.

Men zal zijn dooden niet vergeten. Ze zullen naleven in onze herinnering. De plek, die ze innemen in ons hart, moet niet te spoedig door allerlei anders worden ingenomen. De dichter zong van „de

ledige stoel",

waarom zong

ook niet van de

hij

ledige plek in het hart?

En

toch, dat vergeten gaat in onze dagen, en in onze kringen, snel. Die apostel spreekt van dezulken die „ waarlijk weduwen" zijn, en nu, wordt diepe weduwen-rouw niet al zeldzamer? Men spreekt veel van „weezen", doch schier alleen in den zin van hun beroofdheid, hun verlatenheid, hun hulpeloosheid; al te weinig van het gemis voor hun hart. Zoo menig „ wees " kent het treuren niet van het verweesde hart. Wat de psalmist zingt van de dooden „ Men kent en vindt hun standplaats zelfs niet meer", en dat bij hem op veel later en op lang na het sterven doelt, grijpt thans zoo telkens plaats binnen het jaar na het sterven. En dat vergeten pleit tegen de liefde, tegen de aanhankelijkheid, tegen de teederheid van het gemoed. Het is zoo, wij kennen geen „ allerzielen ", maar er zijn wel, voor wie een

soms zeer

:

opzettelijke herinnering aan

zou

hun dooden geen

overtollige weelde

zijn.

En niet vergeten is niet genoeg. Er kan zoo dikwijls veel ook voor onze dooden nog gedaan worden. Om hun eer en goeden naam te verdedigen tegenover miskenning en laster. Om een werk dat ze onafgedaan lieten, voor hen af te werken. Om in hun geest voort te arbeiden opdat de invloed die van hen uitging, nawerke. Ook om een schuld die ze nalieten, voor hen af te doen. Aalmoezen die ze uitreikten, te blijven uitreiken, alsof ze nog leefden. Bitterheden weg te nemen die als onkruid tusschen hen en hun omgeving waren opgeschoten. Hun naam en hun nagedachtenis in eere te houden. Wat wij wenschen zouden dat men na onzen dood voor ons deed, dit alles, en niets minder, voor onze dooden doen. Aldus, in leven en in sterven, naar den regel der heilige liefde: Wat gij wilt dat de menschen u doen zouden, doe gij hun ook alzoo. ,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's