In Jezus ontslapen - pagina 74
64 en dus ook niet den dood sterft zoo als Jezus dien op Golgotha gestorven is, ja ook niet den dood sterft zoo als die ondergaan wordt door wie wegsterft buiten Jezus. In Gen. II 17 wordt de dood bedreigd als een straf, als de wezenlijke betaling voor de zonde. Op Golgotha is Jezus den dood als straf, en dus eveneens als de betaling voor de zonde, gestorven. En nu nog ondergaat een iegelijk die buiten Jezus sterft, den dood evenzoo als een straf, en derhalve als een betaling voor zijn eigen zonde. In eenzelfde ziekenzaal kunnen op hetzelfde oogenblik twee kranken sterven, dat toch het sterven van den één keel iets anders is dan het sterven van dien ander. Voor den één zijn straf, die vreeselij ke betaling van zijn zonde, die nu een aanvang neemt: en voor den ander een heerlijke genade Gods en zijn doorgang tot het eeuwige leven. Dat schijnt dan wel hetzelfde, maar het is niet hetzelfde. Ze gaan wel beiden door eenzelfde poort, maar nauwlijks zijn ze die poort door, of achter die poort loopen de twee wegen ganschelijk uiteen. De ééne weg gaat naar beneden in den eeuwigen dood, en de andere weg gaat den rechtvaardige naar horen, naar het heilig Sion Gods. En dat we ons hierin zoo telkens vergissen, komt alleen daar dat we het geven van den geest voor het eigenlijke van daan sterven voor den wezenlijken dood aanzien. De eigenlijke dood begint pas na het sterven. De dood is met het sterven niet uit, maar het geven van den geest is voor den verlorene slechts de eerste schrede, die hij op het pad naar den eeuwigen dood zet. De dood breidt zich achter de poorte van het sterven eindeloos in de eeuwige diepte uit. En het verschil is derhalve geen minder dan dit, dat die ontslaapt in zijn Heer en Heiland wel de poort van het sterven doorgaat, maar nooit in den dood komt, terwijl wie sterft buiten Jezus terstond na zijn sterven langs het hellend pad van den dood wegzinkt, om eeuwiglijk een prooi van dien dood te blijven, en zonder ooit meer uit de banden van den dood te kunnen loskomen. Dat Jezus zelf die banden van den eeuwigen dood losbrak, danken we aan zijn Goddelijke natuur. Maar alwie mensch, en niets dan mensch is, kan, eenmaal in den dood verzonken, nooit meer uit den dood loskomen. Daarom nu sterven de verlosten des Heeren wel, maar zonder ooit één oogenblik in de macht des doods te komen. Zoo als ze sterven, gaan ze niet links in de diepte des doods, :
,
,
,
maar rechts het hooge pad des levens op. Het geven van den geest, het uitblazen van den
laatsten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's