Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Afgeperst - pagina 53

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Afgeperst - pagina 53

2 minuten leestijd

§

5.

Wat

in

Azië broeit.

En nu de Indische Begrootingsdiscussie van 1911. Bij deze discussie heeft de Minister op 22 November een

uiteenzet-

ting van zijn standpunt inzake de zending gegeven, zóó principieel juist en zóó geheel zich aansluitende aan het standpunt, in 1901 door

opnieuw volkomen mijn overwerd van het zakelijk geheel onberispelijke in zijn standpunt. Zonder aarzeling stelde hij den eisch, dat het Gouvernement zou optreden als Christelijke Regeering. Hij protesteerde tegen het denkbeeld van den heer Snouck Hurgronje, om de Gouvernementsschool in Indië op humanitairen grondslag te doen rusten; en hij kwam voor het neutraal karakter dier school met beslistheid op. Hij bestreed de meening, alsof de bevolking af keerig was van een particuliere Christelijke school. En daarnaast voerde hij met ernst het pleidooi voor de stipte handhaving der conscientievrijheid en tegen al wat zwemen kon naar drijven of opdringen. Geen klavier van ons antirevolutionair program liet hij onbespeeld. Volkomen het toenmalig Kabinet ingenomen, dat

tuiging bevestigd

terecht is tegenover hen, die er van spraken alsof in het geding,

dat

oprees, principieel verschil tusschen het Kabinet en mij aan

den dag ware gekomen, dan ook opgemerkt, dat verschil,

laat

staan

geschil,

welk ook, bestond.

er zakelijk

Wel

^e^n

verre van

viel er ook op 22 November over niets anders te klagen dan over de bejegening, die ik ook nu weer niet qualificeer. Om dit te bewijzen, roep ik tweeërlei getuige op ten eerste

daar

:

den Minister

Door

mij

zelf,

was

en ten tweede de Pers. in

mijn rede van 22

November

als sleutel

4

voor

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's

Afgeperst - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's