In Jezus ontslapen - pagina 94
,
84
Den dood van het individu en den dood van de gemeenschap. Den eersten en den tweeden Dood. Dat eerste sterven nu maakt Jezus voor hem tot „ een afsterven van de zonde en tot een doorgang tot het eeuwige leven". Maar alzoo gestorven en ten eeuwigen leven ingegaan, is zijns nog slechts de voorloopige zaligheid. En ook als de ontslapenen juichen voor den troon, verheiden zij nog altoos het beslissend oogenblik waarop Christus naar deze wereld zal terugkeeren, het oordeel zal volgen, de tweede Dood zal ingaan en het rijk der heerlijkheid zich in zijn vollen luister zal ontplooien. Ze staan dus niet alleen nog voor Jezus' wederkomst en voor de toekomende heerlijkheid maar ook nog voor het oordeel en voor den tweeden Dood. Dat wil zeggen voor den dood van hun geslacht voor den dood van de oude wereld. Van dat geslacht, van die wereld van die gemeenschap waartoe ze zelven behoord hebben. Dit nu gaat niet buiten hen om. Of zegt niet de Schrift duidelijk, dat ook de gezaligden voor den rechterstoel van Christus zullen verschijnen. Niet in den angst van het gericht, het is zoo. Veeleer om de kroon te ontvangen. Maar toch komen ze er mede in aanraking. En dan zullen ze den tweeden Dood zien naderen en ingaan over de vreesachtigen de ongeloovigen de gruwelijken, over die wereld, waartoe ze zelven eens behoord, waarin ze meege,
,
,
,
,
zondigd en meegeleefd hebben. En met het oog daarop nu ontneemt Jezus zijn geloovigen die in hem stierven alle onzekerheid alle angst en alle verschrikking. maar tot u zal „ Gij zult de vergelding der goddeloozen zien het niet genaken". Als voor uw oogen die tweede Dood over uw oude wereld komen zal, zal die tweede Dood u zelfs niet van verre deren. Hij zal u niet alleen niet ten prooi wegsleuren, maar zelfs u niet beschadigen. ,
,
,
,
,
XIX. , r
|)et
9Jïamta bat herborgen
W\
Die ooren heeft, die hoore, wat de Geest de gemeenten zegt. Die overwint, ik zal
tot
hem geven
te
eten
van het Manna, dat ver-
horgen is, en ik zal hem geven eenen witten keursteen en op den keursteen eenen nieuwen naam geschreven welken niemand kent dan die hem ontvangt. 17. Opent. ,
,
,
'2
Ook „het verborgen Manna" wordt toegezegd,
:
niet in dit,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's