Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 30
18
Het
het feit ligt er toe, het baat niet het te ontkennen, nu eerst, hu ik naar Golgotha ga, recht scherp en duidelijk uitkomt, Satan is de overste der wereld. Er is een wereld op die wereld wonen menschen in de wereld dier menschenkinderen heerscht zekere geest; die heerschende geest voert den boventoon wat tegen dien geest opwoelt of zich verzet, legt het ten slotte toch af; en die heerschende geest die in de wereld der menschen rusteloos triomfeert en elk verzet terugdringt en onderdrukt, die geest is niet de geest van God, maar steeds de geest van Satan. Satan is u te machtig, en gij, van God afgevallen menschenkind, van nature geneigd om God en uw naaste te haten en onbekwaam tot eenig zaligmakend goed, gij geeft, tegen wil en dank, en wanende niet voor Satan maar voor uzelven te ijveren, zonder het zelve te weten, Satan aldoor tegenover God gelijk, sterkt zijn macht, en gunt hem de overwinning. Eeitelijk heerscht alzoo op aarde, heerscht in uw menschen wereld, niet uw geest noch de geest van uw God, maar zeer stellig de geest van Satan. Ge laat niet uw God Koning, ge zijt zelf geen vorst der aarde, neen, de overste, het hoofd, de heerscher in uw menschenwereld, is, hoe ge het ook wendt of keert, feitelijk niemand anders dan Satanas. is
Satan
zoo,
is,
gelijk
;
;
;
Let er nu op, hoe
maar
uw Heiland
dit niet terstond
na
zijn optreden,
eerst op het laatst, aldus uitspreekt.
Eerst in Joh. 12 31, en voorts in Joh. 14 30 en 16 11 komt deze ons menschen diep beschamende titel van Satan voor. Hieruit ziet ge duidelijk dat deze schrikkelijke naam voor Satan rechtstreeks samenhangt met den uitgang, dien Jezus volbrengen moest te Jeruzalem. Eerst op den weg die over Gethsémané naar Golgotha loopt, werd Satan als overste der wereld openbaar. Vandaar dat hij uitgaande naar Gethsémané het tot zijn jongeren zegt: „Ik zal niet meer veel met u spreken, want nu komt :
:
:
de overste der wereld."
Vraagt ge, of Satan dan toch niet reeds vroeger als overste der wereld tegenover Jezus had gestaan, dan is dit ten deele waar. Eeeds in de woestijn, bij de verzoeking, had Satan tot Jezus gezegd: „Ik zal u al deze macht en de heerlijkheid van deze koninkrijken geven: want zij is mij overgegeven, en ik geef ze wien ik ook wil. Indien gij dan mij zult aanbidden, zoo zal het ^lles
En
uwe
zijn."
toch
is
dit
nog
iets
anders,
en
iets
minder,
dan hetgeen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's