Afgeperst - pagina 96
92
BIJLAGEN.
de sympathie van het Gouvernement voor de Zending kan uitMaakt een deel der inlandsche bevolking zich van haar omgeving los, en laat ze zich doopen, dan moet de Regeering dit deel beschermen en als Kerk te hulp komen. En opdat de sympathie van
hierin
komen.
het Gouvernement voor het Christendom duidelijk uilkome, moet deze ook spreken in de ambtenaren van het Gouvernement, die op het ZenDe Heer Idenburg dacht er niet dingsterrein met gezag zijn bekleed. anders over, en men doet aan de eere van dezen Staatsman te kort, zoo men het voorstelt, alsof hij ten deze op het liberaal-neutrale standpunt positie had genomen. Idenburg heeft nooit de vlag naar omlaag gehaald. Z. i. was de Regeering er niet mee van af, zoo ze ter sluiks en onder de hand aan de Zending wat toestopte, maar moet zij de Zending openlijk haar eerbied betoonen. Aarzelt de Regeering ten deze, zoo zal de Islam almeer op al onze Buitenbezittingen beslag leggen. Durft ze daarentegen de eer van de vlag aan, dan bestaat er gegronde hoop, dat veel van deze nu nog heidensche streken gekerstend zullen worden, en daarmee vanzelf bondgenoot zullen blijven van het Nederlandsch Gezag.
IV.
De Dr.
rede
van
20 November
1911,
waarin
ik
mij
critiek
op
Snouck Hurgronje's advies veroorloofde, luidde aldus Ik zal, waar de tijd ons kort is toegemewoord veroorloven over het jongste geschrift van Prof. Dr. Snouck Hurgronje, aan wiens woord waarde moet worden toegekend, niet alleen om zijn eminente kundigheden, maar ook omdat hij de officieele adviseur is voor Nederlandsch-Indische aangelegenheden bij het Ministerie van Koloniën. Maar ik mag niet ontveinzen, dat ik dit geschrift van Prof. Snouck Hurgronje beschouw als
„Mijnheer
ten,
de
Voorzitter
!
mij slechts een kort
zonder gevaar voor onze koloniale politiek, ook hier in de Kamer. Wij hebben op koloniaal gebied allengs bereikt het zeer gelukkige standpunt, dat er geen anti-these, geen verschil van beginsel op dit gebied bijna meer bestond en wij bijna allen samenwerkten in dezelfde Dit richting, die Prof. Snouck Hurgronje noemt de ethisch-koloniale. gelukkige standpunt is bereikt na een zeer lange, en ik mag ook wel zeggen, bange worsteling met het conservatisme. Dit conservatisme had altoos hier de stelling voorgestaan, dat Indië was een bezit, een eigendom van Nederland, waar wij dus het recht bezaten om te exploiteeren, nu wel niet meer op zulke wijze als vroeger, zóó dat de Compagnie alleen daarvan profijt zou hebben, maar ook de Nederlandsche Staat daarvan de voordeelen zou genieten door het cultuurstelsel en de batig-slot-politiek die daarvan het uitvloeisel was. niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's