Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 154
112
moet de diepte der vernedering uitdrukken; en zelfs dat drukt het nog niet uit, en daarom klaagt hij „Hoe wonderbaarlijk omlaag gedaald is Sion !" Eens zong men in dat Sion „G-ij bultige berg Basan, wat verheft gij u tegen Sion. Grod zelf heeft dezen berg begeerd en zal hier eeuwiglij k wonen!" En nu, nu jubelde Basan en sprong de bultige berg van hoovaardij op, terwijl van Sions heuveltop niets dan de rook der puinhoopen omhoog steeg. En toch, ook dat was slechts profetie van de onbeschrijflijke, :
:
onuitsprekelijke vernedering waarin uw Jezus zou verzinken. Hij, bij wiens kribbe Grods engelen van glorie zongen; aan wiens lippen duizenden hingen; die aller krankheid genezen had; die op den Thabor had geblonken in majesteit en van wien het én door én bij den Doop was betuigd: „Deze is het in wien Ik mijn welbehagen heb." Hij, Grod geopenbaard in het vleesch, het uitgedrukte beeld zijner zelfstandigheid, en die het afschijnsel zijner heerlijkheid droeg. En die heerlijke persoon nu door ruwe gerechtsdienaars aangegrepen, gebonden om de polsen met koorden, voortgeduwd en mishandeld, bespot en in het aangezicht gespuwd, met striemen gegeeseld, en gevloekt, en straks met spijkers door de handpalmen geslagen en naakt uitgetogen aan het schandhout genageld; o, zeg zelf, is het ook hier niet, ja, niet hier veel meer nog dan bij Jeruzalems puinhoop: „Hoe wonderbaarlijk omlaag gedaald." ;
Neen, die diepte oog niet.
waarin
uw Heiland
Daar kunt ge niet bij. Daar zoudt ge eerst eeniglijk, door zelf te zinken, een besef van kunnen krijgen.
wegzonk, die
peilt
in eeuwig verderf
uw weg
Die diepte peilt Satan. Die diepte peilen de eeuwig verlorenen. Die diepte is zoo diep als de bodem der eeuwige verderving ligt. Want daar, daar had elk kind van Grod in moeten wegzinken. In die diepte had elk nu geredde moeten afdalen. Zoo laag en wonderbaarlijk laag hadt ge eeuwiglij k moeten verzinken.
En
daar, daar daalde hij, uw Heiland, voor Grods volk in af. het al zelf en voor u uit te drinken, wat u eeuwiglij k de bittere drank der verdoemenisse zou geweest zijn. in dien stroom van vloek en dood onder te worden gedompeld, waarin gij eeuwiglij k zoudt verzwolgen zijn. En om in te dalen tot in die allerdiepste en wonderbaarlijk diepe vernedering, die eeuwig-lijk uw lot zou geweest zijn, zoo er geen hulpe ware besteld bij dien Held!
Om Om
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's