Zijn uitgang te Jerusalem - pagina 149
137
XXXVI. ,^tj lua£ lieuacgt!' Hij was veracht en de onwaardigste onder de menschen, een man van smarten en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor hém; hij was veracht en wij hebben hem niet geacht.
Jesaia 53
:
3.
Nog
altoos is er om ons heen geen naam die zoo hoog, geen die zoo lieflijk, geen naam die zoo heilig klinkt, als de naam onzen dierbren Jezus.
naam van
Hoe ook een deel der kerk van hem afviel, en de toongevende mannen hem den rug toekeerden, en de maatschappij al meer buiten hem omleeft, toch blijft de naam van Jezus in eiken kring en onder alle groep nog met eere genoemd. Smaden durft men den Eenige nog niet. Wel is men van den wezenlijken Middelaar op al verder afstand vervreemd, en heeft men voor den levenden Heiland een „Rabbi van Nazareth" in de plaats geschoven, dien men slechts eert als religieus genie, of als toonbeeld van zachtheden. Maar hoezeer ook het beeld van den Heiland vervalscht zij, toch blijft men ook onder die onjuiste trekken hem nog eere bieden. Ook voor de modernen, ja zelfs voor hen, die achter de modernen staan, is de naam van Jezus nog altoos een naam, die tot iets edels bezielt. Wel zijn er reeds uitzonderingen, en als men gezien heeft de spotprenten, waarmee de Joden in Duitschland en de raddraaiers in België, de hoogheerlijke persoonlijkheid onzes
Heeren nu reeds
durven, dan ijst men bij de gedachte, hoe misschien reeds in het derde geslacht, ook die algemeen-menschelijke eerebieding voor onzen Jezus in de smadelijkste verguizing verkeeren zal maar zoo ver zijn we thans nog niet. In onze betere kringen, tot zelfs op de publieke markt, is de naam van Jezus nog altoos een r/er ierde naam. Bijna niemand onder ons, die nog een ideaal heeft, of hij verbindt dat ideaal aan den naam van Jezns. En ook daar, waar men zelfs dien band doorsneed, is nog altoos het koele zwijgen een eerebiedinge, die de uiting van den haat tegenhoudt.
vervolgen
;
—
Eens was dat anders. Toen Jezus in den hof der Olijven geboeid en met politica genten naar het Joodse] ir rechfehuis werd gevoerd, en op Grabbatha ten .
toon gesteld en op Grolgotha aan het vloekhout gehangen, was er voor Jezus" naam geen eere.
— toen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 208 Pagina's