In Jezus ontslapen - pagina 124
,, .
114 dit tast ieder, is hier geen uitwendig opschrift bedoeld. zinbeeld is voor deze aardsche bedeeling. Hier, waar het heilige ontbreekt, komt het zinbeeld er ons toe opheffen, er ons aan herinneren. Maar dan ook, daarboven, waar de heiligheden volle werkelijkheid zijn, valt het zinbeeld vanzelf weg. Wees echter op uw hoede, dat ge niet het wegvallen van het zinbeeld de daadzaak niet loslaat. Men kan wel zeggen „ Nu ja bij manier van spreken vindt, wie het engelengelaat van een vrome met de tronie van een boef vergelijkt, de uitdrukking van het heilige Gods in deze vrome trekken", maar dan neemt ge de daadzaal- weg. De daadzaal: is hier, dat Christus, niet nu, maar in den dag zijner glorie, op het voorhoofd van hem die overwon dien drievuldigen naam schrijven zal. Ook dit merkteeken hoort tot de eerbewijzen, die het hemelsch deel zullen zijn van het kind van God, dat zegepraalde in de worsteling met Satan, zonde en wereld. Hij krijgt dit; niemand anders; maar hij krijgt het dan ook zóó, dat hij het van te voren niet had, en het alsdan ontvangt, en alsnu bezit, om het nimmermeer te verliezen. Er is alzoo sprake van iets heerlijks, dat zelfs de heiligste nu nog derft en dat eerst komt niet vlak na den dood maar als de dag van Jezus glorie ingaat. Dan, maar ook dan eerst, komt de Boom des levens, en het Manna dat verborgen is, en de witte keursteen, en het fijne witte lijnwaad, en het teeken van de Morgenster, en zoo ook dat dragen van Jehovah's heiligen naam zonder graveersel in het wezen. Het is het loon, het is de kroon, het is de luister die van den overwinnaar zal uitstralen; en tot dien luister zal ook behooren het verwerkelijkt worden van het symbool des heiligen Doops, dat alle engel Gods en alle gezaligde den Naam drs
Toch,
Alle
:
,
,
,
,
Heeren op ons
De „Naam
leest.
des Heeren" is de openbaring van zijn Goddelijk Uit het schepsel komt de naam des Heeren op, juist zooals de pracht der kleuren opkomt uit de voorwerpen waarop de zon haar stralen werpt. De zon straalt wit licht uit, en eerst als de lichtstraal door de wolk breekt, teekenen zich de kleuren en tinten af van den regenboog. Zoo nu is God een licht; maar eerst als dit licht uit God in zijn schepping straalt spelt dat schepsel zijn heiligen naam. Bij een naam is een noemer^ en die hier den naam des Heeren noemt, is het schepsel. Niet alle schepsel, maar het wezen geschapen naar den beelde Gods. Het is de mensch die den naam zijns Gods „al grooter
wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's