In Jezus ontslapen - pagina 45
35
lang vóór de wederopstanding der dooden, en van hen wordt gezegd dat „ ze God dienen dag en nacht ". En ook in de brieven aan de zeven kerken lezen we, dat Jezus aan hem die overwint macht zal geven om anderen te hoeden (2 26, 27), dat Jezus hen op een troon zal zetten om te heerschen (3 21), en dat Jezus ze stellen zal tot een pilaar, om den tempel Gods te dragen (3 12). Dit alles nu wekt niet de voorstelling van een ledig zijn en niets doen, maar de voorstelling van een bezig zijn en veel doen. Het zal toch een werk zijn, dat „dag en nacht" doorgaat, en bestaat in een dienen, een hoeden, een heerschen een dragen van het Godsrijk. Ook wat Jezus elders zegt dat onze afgestorvenen als „ engelen in den hemel" zijn, leidt tot dezelfde voorstelling. De engelen toch zitten niet stil, maar dienen God en strijden voor zijn eere, en volbrengen rusteloos het hoog bevel, dat van God tot ,
:
:
:
,
,
hen
uitgaat.
De valsche voorstelling ten deze dankt haar oorsprong aan een gansch verkeerd begrip van den eeuwigen Sabbat. Als er van den Heere onzen God geschreven staat, dat Hij in zes dagen den hemel en de aarde schiep met al wat daar in is, en dat Hij daarna rustte van zijn arbeid, doet men verkeerd met dit te verstaan van een ophouden van het Goddelijk werk. Het eigenlijke Scheppingswerk hield op, en nam een einde, maar het Yoorzienigheidswerk begon toen pas. Vandaar, tegenover die valsche opvatting, het besliste woord van Jezus: „Mijn Vader werkt tot nu toe.'''' Sabbatsruste is alzoo geen te slapen leggen van zijns levens kracht, maar heel anders, die levenskracht aftrekken van een bijzonder werk, en nu ten volle richten op zijn eigenlijk werk. Als er dan ook staat dat er „ een ruste overblijft voor het volk van God", beduidt dit volstrekt niet, dat er met den dood een nooit eindigend werkeloos-zijn intreedt, maar integendeel, dat dan de moeite, het verdriet, het gejaagd zijn en uitgeput worden ophoudt, en dat er alsdan intreedt een geheel nieuwe toestand, waarin de gezaligden, ontslagen van elke vreemde macht die op hun leven inwerkte en ze voortdreef, alsnu tot de vrije, ongedwongene en rijke ontplooiing van de hun inwonende krachten zullen geraken. Ook op zichzelf is dit niet anders denkbaar. Onze gezaligden zijn niet dood, maar ze leven. En leven onderstelt actie. Leven zonder een uitstralen van kracht ware ongerijmd. ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's