Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 73

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 73

3 minuten leestijd

63 dien gij verdiend hadt, door Jezus in ww plaats ondergaan is, zoodalThij stierf voor u, en alzoo stierf dien dood dien gij hadt

moeten sterven? Zoo ja, hoe komt het dan, dat gij toch ook sterft? Zoo de borg betaalt, betaalt toch hij, die den borg stelde, zelf niet. Eenzelfde straf wordt toch niet tweemaal afgevergd. Van nature en naar Gods scheppingsordinantie zoudt ge niet gestorven zijn, maar zonder dood en zonder sterven in hooger heerlijkheid zijn veranderd. Toen is om en door de zonde.de dood als straf voor die zonde in de wereld gekomen. Daardoor alleen. Enkel als straf. Heeft nu Jezus die straf van het sterven, die straf van volgt en dat gelooft ge den dood, voor u gedragen, daaruit dan niet, dat gij dan van dien dood ook af zijt, dat die dood op u geen recht meer heeft, en dat gij, als die dood ook bij u aanklopt, hem af kunt wijzen met den kwijtbrief, die toont hoe lijden noch sterven meer voor uw rekening komt, overmits die beide door Jezus voor u en in uw plaats voldaan zijn? De dood is dan ook, volgens de Heilige Schrift, door meer dan één van Gods heiligen niet ondergaan. Van Henoch staat

geschreven,

niet

dat

hij

stierf,

gelijk

de overige patriarchen,

maar dat God hem wegnam, en dat hij dientengevolge er niet meer was. Ook van Elia lezen we, dat hij opvoer in vurige wagenen met vurige paarden. Jezus sprak tot Petrus van Johannes: Indien ik wil, dat hij blijve, totdat ik kome, wat gaat het u aan? Een zeggen, wat evenzoo de mogelijkheid stelt van een zonder sterven overgaan in de heerlijkheid.

En

de

apostel zegt ons niet alleen op de meest stellige wijze, dat zij, die Jezus belijden zullen in de ure als hij wederkomt, niet sterven zullen, maar veranderd zullen worden, doch laat tevens duidelijk doorstralen, dat hij het, o, zoo heerlijk zou hebben gevonden, indien aan hemzelven dat hooge voorrecht ware ten deel gevallen.

Naar het plaatsbekleedend sterven van Jezus zou het zoo moeten; uit wat we aanhaalden, blijkt dat het kan. En zoo is de vraag van den Heidelberger niet te ontwijken: Indien dan Christus voor ons gestorven is, hoe komt het dat wij nochtans ook zelven sterven? En nog steeds is op die vraag geen juister antwoord gevonden dan wat de Heidelberger zelf er op geeft: Onze dood is geen betaling voor onze zonde, wel een afsterven van de zonde, en de doorgang tot het eeuwig leven.

Het

blijkt hieruit duidelijk, dat wie in zijn niet den „dood sterft" in den zin

ontslaapt,

Heere en Heiland 17, van Gen. II :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912

Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's