Afgeperst - pagina 56
WAT
52
van
de
AZIË BROEIT.
Mekka-vaart, èn betreffende het onderwijsvraagstuk, het
standpunt scheen.
IN
verdedigd, heeft
Hij
dat
aan
alleen
niet
de
linkerzijde
den spot gedreven met
Kuyper's gramschap over de paganistische woorden
1909
(„ik
omdat
ik
maar
zal
mij
zelf
eenig juiste
het
's
uit
heeren
den
jare
veel citaten van vorige ministers voorlezen,
eens minder gelukkig uitdruk", zei mi-
wel
de Waal Malefijt zoo langs
zijn neus weg), neen, hij deed grootste openhartigheid met de eigen inzichten meer, hij inzake regeeringsbeleid bloot, en toonde in 't bijzonder met klem van redenen de absurditeit van de Indische onderwijspolitiek van den afgevaardigde voor Ommen aan.'' „Het welbekende adagium „de bijzondere school regel, de openbare aanvulling" is mij zeer sympathiek en kan in 't Westelijk halfrond ook zeer wel worden aanvaard. Aldus zette minister de Waal Malefijt zijn beschouwingen over deze zaak in. Maar terstond daarop bleek, dat hij zich zeer wel van zijne verantwoordelijkheid als bewindsman bewust was en er niet aan dacht, de Indische belangen aan enghartige partijpolitiek op te offeren. In Indië, waar bijna geen Christenbevolking wordt aangetroffen, waarvan 't initiatief inzake de minister toonde het duischolenbouw kon uitgaan, is er delijk aan met die antirevolutionaire leus niets aan te vangen". Een enkel citaat als het bovenstaande is bewijs te over, dat de heer de Waal Malefijt, wel verre van nu voor heel het land
nister
legde
:
—
—
te
toonen,
dat zijn politieke vrienden rechts en niet links zitten,
integendeel opnieuw voet gaf aan het vermoeden, dat
op
stelde, zich
hij
er prijs
scherp tegenover ons, antirevolutionairen,
te stel-
en zelfs „den spot
len,
te
drijven" (zie het citaat uit
De N.
Rott.
met mijn voorslag, in Indie is tusschen De Locomotief en het Soerabayasch Handelsblad dan ook zelfs publieke strijd gevoerd Crt.)
over de vraag, of de heer de Waal Malefijt niet liberaal was ge-
worden. niet
De
volutionairen
En
Locomotief betwistte
inbeelden,
dat
kon
een
stellen,
Minister
dit
;
maar
zijn
collega kon zich
zich zóó tegenover de antire-
en dan toch zelf antirevolutionair
zijn.
loochenen feit, dat dezelfde liberale Pers, die beneden trok, hem thans bewierookte, leidde de redactie af, dat hij dan ook wel zelf liberaal zou wezen. Nu ware hierop niets aan te merken geweest, indien de Minister metterdaad het liberale gevoelen aanhing en principieel tegen het mijne over stond. Dan ware het niet anders dan een eerlijke strijd van meeningen geworden, die men had kunnen uitvechten.
hem
uit het niet te
eerst naar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 120 Pagina's