In Jezus ontslapen - pagina 142
,
132 het afsterven van een ouder kind, dat reeds met de speelwereld en de schoolwereld kennis maakte^, beeft dat denkbeeld van ruste niets dat u toespreekt. Voor* een kind is zijn ruste zijn slaap, en anders rust het, zoo het sterk en gezond is, nooit, maar is altijd bewegelijk, altoos bezig, van uitpuilend leven tintelend.
Ook van de ruste van een „ Zondagskind ", gelijk men het wel noemt, d. w. z. van een dier altoos voorspoedigen die zorgen noch verdriet hebben gekend wier kalm en aan zorgen gespeend leven als een effen stroom voortkabbelde, en die na een rijk en vreugdvol leven, op goeden ouderdom, stil in hun Heiland ontsliepen, hebt ge geen voorstelling die u aangrijpt. Stierf er daarentegen uit uw midden een worstelaar weg, dien de rampen en de zorgen levenslang hadden gejaagd, wien het lot altoos tegen was, en die telkens onder het verdriet en de moeite scheen te bezwijken, dan ja, is het bij zijn graf u een zalige, een heerlijke gedachte, dat eindelijk dan toch zijn tobben en zijn lijden uit heeft, en dat met het graf de ure der eeuwige ruste voor hem aanbrak. En toch, ook bij zulk een graf wordt de ruste, die er over blijft voor het volk van God, niet in haar kern en haar diepte ,
,
gegrepen.
Want
van het Ie ven van de schouders glijdt, en het verdriet en de moeite voor altoos een einde neemt, als God zelf u eens den laatsten traan van het oog zal wisschen; ja, er ligt in die ruste óók, dat het jagen
nu ophoudt, en de
last des levens
maar toch dat is niet al. Bij God rekent óók de moeheid van het hart mede. Jezus teekende het zoo roerend lijdt
smarte."
Maar toch,
:
„
Nu
wordt Lazarus vertroost en
er ligt in die ruste voor het volk
gij
van
God oneindig meer. Reeds wie de worsteling met de zonde kent, weet er van. Ook die worsteling is niet voor allen even bang. Ook bij dezen strijd is er een doodelijk bang middelpunt van den strijd en daarom de breede omtrek. Ten slotte zelfs een buitenste omtrek. En al naar gelang God u uw plaats aanwees in die hitte van den strijd, verder daar van af, of in dien bnitensten omtrek, hebt ge met Satan, zonde en wereld den strijd op leven en dood, het woelen der breede slagorde, of ook weinig meer dan het rumoer in de verte gekend. Maar fel gewoon of flauw de strijd met de zonde heeft eens iegelijks ziel vermoeid. De drijver, die nooit afliet. De naweeën van vroegere slaverny die altoos gevoelig bleven. De teleur,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's