In Jezus ontslapen - pagina 159
149 Zeker, wie gedronken zal hebben van bet water dat de Middelaar toereikt, bet zal in bem worden tot een fontein, springende tot in bet eeuwige leven maar altoos afgeleid altoos van buiten ons toegevloeid, altoos een ontvangen scbat. Nooit voor ons de roem. Voor God alleen de glorie, en voor ons de nooit eindigende dankzegging, de lof en de aanbidding. Der vaderen God ook onze Vader, en wij nooit anders dan ;
,
zijn kinderen.
Hij, onze God, d. i. de oorspronkelijke majesteit, en wij nooit anders dan de dragers van zijn afschijnsel, de gesierden met zijn beilig beeld.
Hij van eeuwigheid tot eeuwigheid nooit anders dan het eeuwige zijn wij ontstaan die niet bestonden geworden uit het niet, om tot het eeuwige leven op te klimmen; ingeleid tot een heerlijkheid, die haar steunsel en haar rustpunt nooit in ons vindt, maar eeniglijk in God. Het is alzoo niet waar, dat de grens wordt uitgewischt. De grens blijft, de grens wordt verscherpt. Want niet nu, dan eerst zullen we verstaan, hoe heel anders de beker is dan de bron, omdat juist zóó in dien beker geen enkele druppel anders dan uit die bron geweld, schitteren zal. Alleen de valsche grens gaat weg. De grens, die niet God van maar het aardsche van het hemelsche scheidt en die zijn kind ge juist daarom niet in den hemel moogt willen overbrengen. Maar juist daardoor zal de ware, de nooit uit te wisschen eerst in volle klaarheid uitkomen. grens = Wij niets dan de aanbidders van zijn Majesteit, Hij de alleen, door allen en in alles Aangebedene. ,
,
;
,
,
Zoo zou het ook buiten zonde geweest zijn, als de eerste mensch, door volbrenging van het gebod, uit het Paradijs in het eeuwige leven ware overgegaan. Maar zoo is, en zoo blijft het, in nog veel klaarder en veel scherper zin, nu het uit zonde en ellende is, dat Goddelijk erbarmen ons tot heiligheid en heerlijkheid optrekt. treedt de Middelaar tusschen beide. voor ons, ellendigen, geen eeuwig leven, dan zoo we met Christus ééne plant zijn geworden. Nu hebben we niet elk voor ons zelf, noch allen saam het eeuwige leven, maar alleen deel aan Zijn leven, zoo we Hem zijn ingelijfd, als leden van zijn heilig Lichaam. Nu is het altoos in Christus, door Christus, met Christus. Gy zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.
Immers nu
Nu
is
er
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1912
Abraham Kuyper Collection | 236 Pagina's